Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent de gemeentelijke begraafplaatsen en cremetoria (Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria Amsterdam)

Geldend van 24-03-2024 t/m heden

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent de gemeentelijke begraafplaatsen en cremetoria (Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria Amsterdam)

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • In deze verordening en de daarop berustende regels wordt verstaan onder:

  • a. aanvrager: degene die - al dan niet door tussenkomst van een uitvaart­ondernemer - opdracht geeft voor een begrafenis, crematie, bijzetting, herdenkingsplechtigheid of asverstrooiing, degene die de uitgifte van een graf of urnenplaats verzoekt en degene die het plaatsen van een naamplaatje op een gedenkmuur of gedenkzuil verzoekt;

  • b. algemeen graf: een graf, dat in beheer is bij de gemeente, waarin gelegenheid wordt gegeven tot het doen begraven van lijken;

  • c. algemene nis: een niet voor publiek toeganke­lij­ke ruimte in een crematorium, die bestemd is voor de tijdelijke bijzetting van asbus­sen;

  • d. asbus: een bus ter berging van de as van een overledene;

  • e. begraafplaats:

  • * De Nieuwe Ooster, Kruislaan 126, stadsdeel Oost;

  • * De Nieuwe Noorder, Buikslotermeerdijk 83, stadsdeel Noord;

  • * Ransdorp, Dorpsweg 85, stadsdeel Noord;

  • * Zunderdorp, Achterlaan 12, stadsdeel Noord;

  • * Holysloot, Dorpsstraat 30, stadsdeel Noord;

  • * Durgerdam, Durgerdammerdijk 76, stadsdeel Noord;

  • * Nieuwendam, Brede Kerkepad 8, stadsdeel Noord;

  • * Schellingwoude, Wijkergouw 6, stadsdeel Noord;

  • * Buiksloot, Buiksloterkerkpad 10, stadsdeel Noord;

  • * Driemond, Provincialeweg 2, stadsdeel ZuidOost;

  • * de gesloten begraafplaats Huis te Vraag, Rijnsburgstraat 51, stadsdeel Zuid;

  • * Gemeentelijke begraafplaats Carspelhof, Utrechtseweg 110, stadsgebied Weesp;

  • * Begraafplaats Landscroon, Korte Muiderweg 10, stadsgebied Weesp.

  • f college: college van burgemeester en wethouders;

  • g. crematorium:

  • * het crematorium "De Nieuwe Ooster", gelegen op de begraafplaats De Nieuwe Ooster;

  • * het crematorium "De Nieuwe Noorder", gelegen op de begraafplaats De Nieuwe Noorder;

  • h. beheerder: de functionaris, die door het college is belast met het (dagelijkse) beheer van een begraaf­plaats en crematorium;

  • i. dorpskerkhoven Noord

  •          de begraafplaatsen Ransdorp, Zunderdorp, Holysloot, Durgerdam, Nieuwendam, Schellingwoude en Buiksloot in stadsdeel Noord;

  • j. eigen graf: een particulier graf dat tot 1 januari 2010 is uitgegeven onder de benaming 'eigen graf';

  • k. gebruiker: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf, urnenplaats of op een gedenkmuur of gedenkzuil is verleend;

  • l. gedenkmuur: een muur, dat in beheer is bij de gemeente, waarop ter herinnering aan overledenen naamplaatjes kunnen worden aangebracht;

  • m. gedenkteken: een grafsteen, liggende of staande zerk, sierurn, sluitplaat of ander monument ter nagedachtenis aan één of meer overledenen;

  • n gedenkzuil: een zuilvorming gedenkteken, dat in beheer is bij de gemeente, waarop ter herinnering aan overledenen naamplaatjes kunnen worden aangebracht;

  • o. graf: een ruimte waar een lijk of de restanten daarvan wordt begraven;

  • p. grafakte: de beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waarin overeenkomstig de bepalingen van deze verordening door het college het grafrecht wordt verleend;

  • q. grafbedekking: gedenktekens of beplanting die op een graf of urnenplaats zijn geplaatst;

  • r. grafrecht:

    • -

      het recht van gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een urnenplaats, het doen plaatsen van een naamplaatje, hetzij

    • -

      het uitsluitend recht op een particulier graf;

  • s. keldergraf: een betonnen of gemetselde constructie waarin één of meerdere lijken kunnen worden begraven en -indien toegestaan- asbussen kunnen worden bijgezet. Keldergraven kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;

  • t. onderhoudsbijdrage: een verplichte bijdrage in het onderhoud van de begraafplaats voor gebruikers en rechthebbenden;

  • u. particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend;

  • v. particulier kindergraf: een particulier graf, waarvoor aan een natuurlijke of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van lijken en het bijzetten van asbussen of urnen van kinderen tot en met 11 jaar;

  • w. rechthebbende: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf;

  • x. strooiweide: terrein op de begraafplaats dat bestemd is om permanent as op te verstrooien;          

  • y. uitsluitend recht

  •          Het uitsluitend recht omvat het recht om in een particulier graf

  •          -       het doen begraven en begraven houden van lijken;

  •          -       het doen bijzetten van asbussen of urnen en

  •          -       het doen verstrooien van as in het graf;

  • z. urn: een voorwerp ter berging van de as uit één of meer asbussen;

  • aa. urnengraf: een graf, dat in beheer is bij de gemeente, waarin gelegen­heid wordt gegeven tot het doen begraven van asbussen of urnen;

  • ab. urnennis: een nis in de urnenmuur of kelder in het urnenplateau, die bij de gemeente in beheer zijn, waarin gelegen­heid wordt gegeven tot het doen bijzetten van asbussen of urnen;

  • ac. urnenplaats: een urnengraf, een urnenkelder, een nis in de urnenmuur of een kelder in het urnenplateau, een sierurn in de vijver, of een andere ruimte, die  bij de gemeente in beheer zijn, waarin gelegenheid wordt gegeven tot het doen begraven of bijzetten van asbussen of urnen;

  • ad. wet: de Wet op de lijkbezorging en de daaruit voortvloeiende regelgeving;

  • ae. zandgraf: een graf in de grond.

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 2 Beheer en administratie en gedragsregels

Artikel 2 Beheer van de begraafplaatsen en crematoria

  • 1. Het beheer van de begraafplaatsen en crematoria berust bij het college.

  • 2. Het beheer omvat het exploiteren van de begraafplaats en crematorium, het onderhouden van de gebouwen, het bieden van faciliteiten voor lijkbezorging, het herdenken van overledenen en het voeren van de bijbehorende administratie.

  • 3. Onder toezicht van het college wordt een beheerder belast met het (dagelijkse) beheer van een begraafplaats  en crematorium.

Artikel 3 Administratie

  • 1. De administratie bevat een register van alle rechthebbenden en gebrui­kers van de graven en urnenplaatsen, met hun namen en adressen en aantekening van hun relatie tot de overledene. Dit register is niet open­baar, doch de gegevens van rechthebbenden en gebrui­kers kunnen worden verstrekt aan derden, indien deze schade leiden door of als gevolg van de grafbedekking op de graven of urnenplaatsen van die rechthebbenden en gebruikers.

  • 2. De rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de wijziging van hun adres aan de beheerder door te geven.

Artikel 4 Openstelling en gedragsregels

  • 1. De begraafplaats is gedurende door het college vast te stellen tijden openbaar toegankelijk.

  • 2. In voorko­mende gevallen kan de beheerder een ruimere openstelling dan door het college is vastgesteld toestaan.

  • 3. De beheerder kan bezoekers de toegang tot (een deel van) de begraafplaats   en/of de gebouwen tijdelijk ontzeg­gen.

  • 4. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen, die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn in het belang van de orde, rust en netheid verplicht zich ordente­lijk te gedragen en de door de beheerder gegeven aanwijzin­gen op te volgen.

  • 5. De beheerder kan personen die zich niet aan de in lid 4 bedoelde aanwijzingen houden van de begraafplaats (laten) verwijderen. Bij herhaalde overtredingen kan gedurende een door het college te bepalen periode deze personen de toegang worden ontzegd.

  • 6. Het is verboden:

    • a.

      met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden anders dan voor een begrafenis of crematie;

    • b.

      met bromfietsen of andere motorrijwielen op de begraafplaats te rijden of deze met zich mee te voeren;

    • c.

      te fietsen op de begraafplaatsen; dit verbod geldt niet voor de begraafplaats De Nieuwe Ooster;

    • d.

      buiten de hoofdpaden van de begraafplaatsen te rijden;

    • e.

      met voertuigen harder te rijden dan 10 km per uur;

    • f.

      honden of andere dieren niet aangelijnd mee te nemen;

    • g.

      op de graven en urnenplaatsen te lopen of te zitten en gereedschappen of andere niet tot de graven behorende voorwerpen neer te leggen;

    • h.

      de begraafplaats te verontreinigen;

    • i.

      op het gedenkpark te filmen;

    • j.

      zonder toestemming of opdracht van de aanvrager van een uitvaart te fotograferen, te filmen of anderszins te registreren;

    • k.

      zonder voorafgaande toestemming van de beheerder werkzaamheden op de  begraafplaats of crematorium te verrichten;

    • l.

      bloemen of andere waren te koop aan te bieden of hiervoor reclame te maken;

    • m.

      as te verstrooien of andere vormen van lijkbezorging te bezigen;

    • n.

      gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor publiek geopend is zich 

    •                  daarop te bevinden;

    • o.

      georganiseerde rondleidingen op de begraafplaats te verzorgen.

  • 7. Het college kan ontheffing verlenen voor de het verbod zoals bedoeld in de leden  6a, 6i,  6n en 6o.

Artikel 5                           Plechtigheden

Herdenkingsbijeenkomsten, onthulling van gedenktekens en dergelijke plechtigheden kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen van tevoren bij de beheerder zijn gemeld. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal geschie­den worden in het belang van de rust en de orde op de begraafplaats in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

Hoofdstuk 3 Indeling van de begraafplaats

Artikel 6 Algemene uitgangspunten

  • 1. Het college stelt, met uitzondering van het bepaalde in het volgende lid, de indeling van de begraafplaats, de bestem­ming van de grafvakken, het onder­scheid in soorten graven en urnenplaatsen vast.

  • 2. De begraafplaatsen Huis te Vraag en Landscroon bevinden zich geen urnenplaatsen en strooiweide of strooiweiden

  • 3. Per grafvak kan het college nadere regels voor gebruik en beheer van de graven en urnenplaatsen vaststellen.

  • 4. Graven en urnenplaatsen worden aansluitend op de reeds uitgegeven graven en urnenplaatsen uitgegeven.

  • 5. Indien dit naar het oordeel van het college niet bezwaarlijk is, kunnen ook op andere plaatsen dan bedoeld in lid 4 graven en urnenplaatsen worden uitgegeven.

  • 6. Er is geen recht op uitgifte van graven en urnenplaatsen of op levering van diensten.

  • Paragraaf 1 Graven

Artikel 7 Algemene graven

  • 1. Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van tien jaar.

  • 2. De termijn van algemene graven wordt niet verlengd.

  • 3. In of op algemene graven worden geen asbussen bijgezet of as verstrooid.

  • 4. Algemene graven op begraafplaats De Nieuwe Ooster zijn:

    • a.

      algemene zandgraven, die zijn bestemd voor het begraven van drie lijken;

    • b.

      algemene zandgraven ‘speciaal', die zijn bestemd voor het begraven van twee lijken;

    • c.

      algemene keldergraven, die zijn bestemd voor het begraven van vijf lijken;

    • d.

      algemene kindergraven, die zijn bestemd voor het begraven van vier lijken van een kind tot en met 11 jaar.

  • 5. Algemene graven op begraafplaats De Nieuwe Noorder zijn

    • a.

      algemene zandgraven, die zijn bestemd voor het begraven van drie lijken;.

    • b.

      algemene kindergraven, die zijn bestemd voor het begraven van één lijk.

  • 6. Algemene graven op de Dorpskerkhoven Noord

    • a.

      algemene zandgraven, die zijn bestemd voor het begraven van twee lijken.

  • 7. Algemene graven op begraafplaats Driemond

    • a.

      Algemene zandgraven, die zijn bestemd voor het begraven van twee lijken.

  • 8. Algemene graven op begraafplaats Carspelhof

    • a.

      Algemene zandgraven, die zijn bestemd voor het begraven van drie lijken.

Artikel 8 Particuliere graven

  • 1. Op De Nieuwe Ooster zijn particuliere graven, -afhankelijk van het soort graf- bestemd voor het begraven van maximaal één, twee of drie lijken, het bijzetten van maximaal één, twee of drie asbussen en in het graf doen verstrooien van as.

  • 2. Op De Nieuwe Noorder zijn particuliere graven bestemd voor het begraven van maximaal drie lijken, het doen bijzetten van maximaal drie asbussen en in het graf doen verstrooien van as.

  • 3. Op Dorpskerkhoven Noord zijn particuliere graven bestemd voor het begraven van maximaal twee lijken, het doen bijzetten van maximaal twee asbussen en in het graf doen verstrooien van as.

  • 4. Op begraafplaats Driemond zijn particuliere graven bestemd voor het begraven van maximaal twee lijken, het doen bijzetten van maximaal twee asbussen en in het graf doen verstrooien van as.

  • 5. Op de begraafplaats Carspelhof zijn particuliere graven bestemd voor het begraven van maximaal drie lijken, het doen bijzetten van maximaal drie asbussen en in het graf doen verstrooien van as.

  • 6. Op de begraafplaats Landscroon kunnen uitsluitend bijzettingen in en asverstrooiingen op particuliere graven plaatsvinden.

  • 7. Particuliere kindergraven zijn bestemd voor het begraven van één lijk van een kind tot en met 11 jaar en het bijzetten van één asbus met de as van een kind tot en met 11 jaar en in het graf doen verstrooien van as.

  • 8. Particuliere graven worden uitgegeven voor een termijn van ten minste twintig en ten hoogste vijftig jaar of voor onbepaalde tijd, met uitzondering van het bepaalde in het volgende twee leden.

  • 9. Particuliere kindergraven worden uitgegeven voor een termijn van ten minste tien en ten hoogste vijftig jaar of voor onbepaalde tijd.

  • 10. Het college kan grafvakken of delen van grafvakken aanwijzen waarop de particuliere graven voor een termijn van ten minste tien en ten hoogste vijftig jaar of voor onbepaalde tijd kunnen worden uitgegeven.

  • 11. Na afloop van de uitgiftetermijn wordt het grafrecht op particuliere graven op verzoek van de rechthebbende telkens met minimaal één jaar en maximaal twintig jaar ver­lengd.

  • 12. Graven die zijn uitgegeven voor onbepaalde tijd, blijven bestaan tot het moment dat de begraaf­plaats wordt opgeheven, mits de rechthebbende eens in de tien jaar aan de beheerder te kennen geeft dat op een verdere instandhouding van het graf prijs wordt gesteld.

  • 13. Het college kan aan een rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder.

  • 14. Een vergunning voor een grafkelder kan worden gewijzigd, ingetrokken of geweigerd indien:

    • a.

      de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende of de fundering en con­structie onvol­doende stevig en veilig wordt geacht;

    • b.

      de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen of de op de vergunning van toepassing zijnde regelgeving niet is of wordt nagekomen;

    • c.

      van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebrek aan een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn.          

    Paragraaf 2 Asbestemming

Artikel 9 Algemene nis

  • 1. Na de crematie verblijft een asbus minimaal één maand en maximaal zes maanden in de algemene nis van het crematorium. De termijn kan één keer verlengd worden met maximaal zes maanden.

  • 2. Indien de aanvrager van een crematie binnen de in het eerste lid van dit artikel genoemde (verlengde) termijn geen bestem­ming van de as kenbaar maakt of een bestemming van de as niet binnen twaalf maanden realiseert, wordt de opdracht tot cremeren tevens een opdracht tot verstrooiing van de as op een door de beheerder te bepalen locatie en tijdstip.

Artikel 10 Grafrecht urnenplaatsen

  • 1. Een asbus kan worden bijgezet in of op een urnenplaats.

  • 2. In een urnenplaats kunnen niet meer (delen van) asbussen worden bewaard dan waarvoor de urnenplaats is bedoeld.

  • 3. Urnenplaatsen worden uitgegeven voor een termijn van minimaal vijf en maximaal twintig jaar.

  • 4. Na afloop van de uitgiftetermijn van een urnenplaats kan deze termijn minimaal één en maximaal twintig jaar worden verlengd tenzij het college dit uit oogpunt van beheer van het gedenkpark bezwaarlijk acht.

  • 5. Wanneer de gebruiker het grafrecht op de urnenplaats niet verlengt impliceert de bijzetting van de asbus in of op een urnenplaats dat de gebruiker opdracht geeft tot verstrooiing van de as op een door de beheerder te bepalen locatie en tijdstip, wanneer de gebruiker: 

  •          -       niet tijdig een andere asbestemming kenbaar maakt;

  •          -       een tijdig gegeven andere asbestemming niet binnen twaalf maanden realiseert.

Artikel 11 Bestemming urnenplaatsen

  • 1. Urnengraven zijn bestemd voor het bijzetten van ten hoogste twee asbussen: dat kan in een zandgraf, in een ondergrondse kelder dan wel in een bovengronds gedenkteken.

  • 2. In afwijking van het eerste lid bevinden zich op begraafplaats Carspelhof urnengraven bestemd voor drie asbussen.

  • 3. In urnennissen kunnen, afhankelijk van het formaat en de wijze van bijzetten, één, twee of vier asbussen worden bijgezet.

Artikel 12 Asverstrooiing

As kan worden verstrooid op een strooiveld van de begraafplaats.

Paragraaf 3 Gedenken

Artikel 13 Gedenkmuren en gedenkzuilen

  • 1. Ter nagedachtenis aan een overledene kan op verzoek een naamplaatje op een gedenkmuur of gedenkzuil worden geplaatst voor een periode van minimaal vijf en maximaal twintig tien jaar.

  • 2. Deze periode kan telkens met een periode van minimaal vijf en maximaal twintig jaar worden verlengd.

  • 3. De beheerder stelt van de naamplaatjes de afmetingen, het materiaal, de te gebruiken lettertypes en het maximaal aantal beschikbare letters vast.

  • 4. Als de gebruiker de rechten die zijn verschuldigd op grond van de Heffingsverordening Begraafplaatsen en Crematoria gemeente Amsterdam niet volledig heeft voldaan kan de beheerder het naamplaatje, na een eerste herinnering, verwijderen

  • 5. Na de verwijdering van het naamplaatje, zoals bedoeld in het vierde lid blijft het naamplaatje gedurende een periode van minimaal één jaar ter beschikking van de gebruiker.

Hoofdstuk 4 Vereisten voor begraving, crematie of asbestemming

Artikel 14 Kennisgeving uitvaart en asbezorging

  • 1. Degene die een lijk wil doen begraven of cremeren, dan wel as een bestemming wil geven, maakt daarvoor gebruik van een door het college vast te stellen formulier. Dit formulier wordt uiterlijk op een door de beheerder te bepalen tijdstip op de werkdag voorafgaande aan de dag waarop de begraving, crematie of bijzetting dan wel verstrooiing plaats zal vinden, bij de beheerder ingeleverd. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

  • 2 Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven of te cremeren moet het verzoek daartoe aan de beheerder­ zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 3. Bij het in het eerste lid bedoelde verzoek tot begraven en cremeren wordt het verlof tot begra­ving of cremeren van de ambtenaar van de burgerlijke stand of een ander wettelijk daarmee gelijkgesteld document overgelegd.

  • 4 Indien het lijk binnen 36 uur na het overlijden wordt begraven of gecremeerd wordt behalve het in het derde lid bedoelde verlof of document ook het in het tweede lid bedoelde verlof van de burgemeester overgelegd.

  • 5. Indien de begraving of de bijzetting in een particulier graf zal plaatsvinden, wordt een machtiging van de rechthebbende aan de beheerder overge­legd.

  • 6. Een begrafenis vindt niet plaats indien in een kist of ander lijkomhulsel voor­werpen zijn bijgesloten, die niet tot de kist of het lijk behoren.

  • 7. Het zesde lid is niet van toepassing als er kleine verteerbare voorwerpen in een kist of ander lijkomhulsel zijn bijgesloten.

  • 8. Een lijk mag uitsluitend worden begraven of gecremeerd in een kist of ander omhulsel, die voldoet aan de technische eisen zoals die in de uitvaartbranche worden gehanteerd.

Artikel 15  Uitvoering uitvaart

  • 1. Het tijdstip van begraven, cremeren, bijzetten of verstrooien wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de beheerder, in overleg met de betrokken aanvrager vastgesteld.

  • 2. De aanwijzing van de plaats van het graf of de urnenplaats geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 6, in overleg met de aanvrager.

  • 3. Tot de begraving, crematie of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat de beheerder heeft geconstateerd dat aan de in de artikelen 14, 18, en 19 derde lid en aan de vereisten van de wet is voldaan.

  • 4. Het openen en sluiten van graven, evenals het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend onder toezicht van de beheerder door het personeel van de begraafplaats worden uitgevoerd.

  • 5. Het sluiten van graven kan geheel of gedeeltelijk op aanwijzing en onder toezicht van de beheerder door of namens de aanvrager worden uitgevoerd, indien de aanvrager de wens daartoe uiterlijk op een door de beheerder te bepalen tijdstip van de voorgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder kenbaar heeft gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

Hoofdstuk 5 Tarieven

  Artikel 16 Vaststellen tarieven

De kosten van begraven of cremeren, van het vestigen of overdragen of verlengen van de grafrechten, voor het delven of openen en sluiten van een graf, voor het toelaten van een grafkelder, voor de bijdrage in het algemeen onderhoud van het gedenkpark, van opgraving van een lijk, van ruiming van een particulier graf of een asbus, van asbestemmingen, gebruik van de aula of koffie­kamer, evenals de eventuele andere kosten die verband houden met het gebruik van de begraafplaats, het crematori­um of uitvaart­plech­tigheden, worden door de gemeenteraad in een Heffingsverordening vastgesteld.

Hoofdstuk 6 Vestigen, verlenging en overgang van grafrecht

Artikel 17 Vestigen grafrecht

  • 1. Het in de artikelen 7, 8, 10 en 13 bedoelde grafrecht wordt schriftelijk gevestigd door middel van een grafakte.

  • 2. Rechthebbenden en gebruikers kunnen een duplicaatakte verkrij­gen.

Artikel 18 Verlengen grafrecht in verband met grafrusttermijn

  • 1. Begraving in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn zodat de resterende periode minimaal de wettelijke minimum grafrusttermijn na deze begraving omvat.

  • 2. De verlenging wordt aangevraagd door de rechtheb­bende.

  • 3. Een eventuele volgende verlenging geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, zesde lid.

Artikel 19 Overdracht grafrecht

  • 1. Het grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan het college van een door de rechthebbende of gebruiker en de betrok­ken rechts­opvolger getekend bewijs van over­dracht.

  • 2. Overdracht is slechts mogelijk op naam van één (rechts)persoon.

  • 3. Indien de rechthebbende of gebruiker op een graf is overleden en in het betreffen­de graf begra­ven of bijgezet moet worden, wordt het grafrecht vóórdat de begraving of bijzetting plaats vindt, overgeschreven.

  • 4. In geval van overlijden van de rechthebbende of gebruiker en er niet in het betreffende graf begraven of bijgezet moet worden kan het grafrecht worden overgeschreven op naam van een (rechts)persoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlij­den van de rechthebbende of gebruiker.

  • 5. Aan het grafrecht is de verplichting tot het betalen van onderhoudsbijdrage verbonden.

  • 6. Een rechthebbende kan afstand doen van het grafrecht, zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding en onverminderd zijn verplichting tot het betalen van kosten voor de lopende termijn.

Hoofdstuk 7 Opgraving en ruiming

Artikel 20 Opgraven

  • 1. Bij de opgraving van lijken zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

  • 2. Het opgegraven lijk wordt bewaard in een kist, die door de beheerder beschikbaar is gesteld.

  • 3. De kist met het opgegraven lijk wordt op de dag van opgraving in opdracht van de opdrachtgever opgehaald.

Artikel 21 Ruimen

  • 1. Bij de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

  • 2. Het voornemen van de beheerder om een algemeen graf of graven te ruimen wordt gedurende ten minste zes maanden voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafruimte(s) zal/zullen worden geruimd, door middel van het plaatsen van een bordje bij het te ruimen graf of graven ter kennis van de belanghebbende(n) gebracht.

  • 3. Gebruikers van een algemeen graf kunnen tot een maand voor het moment van ruimen bij het college een aanvraag indienen om bij ruiming de stoffelijke resten, indien mogelijk, bijeen te brengen voor herbegraven of crematie.

Hoofdstuk 8 Grafbedekking

Artikel 22 Vergunning voor gedenkteken

  • 1. Het college kan per grafvak of groepen van grafvakken nadere regels voor de grafbedekking op graven en urnenplaatsen vaststellen.

  • 2. Het is verboden zonder vergunning van het college gedenktekens op graven of urnenplaatsen te plaatsen of te herplaatsen. Voor het aanvragen van de vergunning worden op verzoek door de beheerder ­ formulieren verstrekt.

  • 3. De rechthebbende of gebruiker vraagt de vergunning zoals bedoeld in het tweede lid voor het plaatsen van een gedenkteken aan.

  • 4. Het college kan aan de vergunning als bedoeld in het tweede lid voorschriften verbinden.

  • 5. Een vergunning voor een gedenkteken kan worden gewijzigd, ingetrokken of geweigerd indien:

    • a.

      de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende of de fundering en con­structie onvol­doende stevig en veilig wordt geacht;

    • b.

      het gedenkteken naar het oordeel van het college afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    • c.

      niet voldaan wordt aan de in lid 4 bedoelde nadere voorschriften;

    • d.

      de tekst of afbeelding op het gedenkteken naar het oordeel van het college aanstootgevend of kwet­send kan zijn;

    • e.

      de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen of de op de vergunning van toepassing zijnde regelgeving niet is of wordt nagekomen;

    • f.

      van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel bij gebrek van een dergelijke termijn binnen een redelijke termijn.

  • 6. Het college kan een zonder vergunning geplaatst gedenkteken van het graf of de urnenplaats (laten) verwijderen.

  • 7. De rechthebbende of gebruiker wordt van de in het zesde lid genoemde verwijdering op de hoogte gesteld en gedurende drie maanden in de gelegenheid gesteld het verwijderde gedenkteken op te komen ophalen.

  • 8. Op een gedenkteken moet het grafnummer duurzaam op een door de beheerder aan te geven plaats kunnen worden aange­bracht.

  • 9 Het (doen) plaatsen of aanbrengen van grafbedekking op graven of urnenplaatsen geschiedt door of namens de rechthebbende of gebruiker.

  • 10. Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van grafbedekking komen voor rekening van de rechthebbende of gebruiker.

  • 11. De rechthebbende of gebruiker is verplicht de grafbedekking naar het oordeel van de het college goed te onderhouden.

  • 12. In afwijking van het elfde lid voorzien burgemeester en wethouders op de begraafplaatsen Carspelhof en Landscroon in het schoonmaken van het gedenkteken en in de zorg voor de winterharde beplantingen.

Artikel 23  Herstel van schade aan grafbedekking

  • 1. De in artikel 22 bedoelde grafbedekking wordt geacht voor rekening en risico van de rechtheb­bende of gebruiker te zijn aangebracht.

  • 2. De rechthebbende of gebruiker is verplicht de - door welke omstandig­he­den ook - aan grafbedekking toege­brachte schade of verzakking op eerste aanschrij­ven te herstel­len, indien de beschadi­ging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college een gevaarlijke situatie oplevert en/of het uiterlijk aanzien van de be­graafplaats schaadt.

  • 3. Indien binnen twee maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden is het college bevoegd om op kosten van de rechthebbende of gebruiker tot verwijdering dan wel tot herstel of vernieuwing van de grafbedekking over te gaan.

Artikel 24 Beplanting

  • 1. Wanneer grafbeplanting te hoog of te breed wordt, wordt de rechthebbende of gebruiker door de beheerder aangeschreven en op de geldende voor­schriften geatten­deerd.

  • 2. Indien de rechthebbende of gebruiker niet binnen de termijn, zoals die in de aanschrijving staat, de grafbeplanting in de gewenste toestand brengt, kan het college de grafbeplanting geheel of deels op kosten van de nalatige rechthebbende of gebruiker doen verwijderen.

  • 3. Het is toegestaan om op een graf of aan de rand van het strooiveld losse bloemen te leggen of bloemen in steekvazen te plaatsen.

  • 4. Het is verboden op en rond een strooiveld planten aan te brengen.

  • 5. Het is verboden om op een graf losse voorwerpen te plaatsen die van glas zijn vervaardigd, of die weg kunnen waaien.

  • 6. Verwelkte bloemen, verwaarloosde planten, planten op of rond een strooiveld, losse voorwerpen op een graf kunnen door de beheerder worden verwijderd.

Artikel 25 Zitgelegenheid

  • 1 Het is verboden om op of naast een graf of urnenplaats een zitgelegenheid te (laten) plaatsen.

  • 2. Het college kan grafvakken of delen van grafvakken aanwijzen waar de rechthebbende of gebruiker de mogelijkheid wordt geboden om naast een graf of urnenplaats een zitgelegenheid, die door de beheerder wordt beheerd, te laten plaatsen.

  • 3. Het is verboden zitgelegenheden voor andere doelen dan als zitgelegenheid te gebruiken.

  • 4. Andere dan door de beheerder beheerde zitgelegenheden kunnen door de beheerder zonder voorafgaande waarschuwing worden verwijderd.

  • 5. De eigenaar van de verwijderde zitgelegenheid wordt gedurende drie maanden in de gelegenheid gesteld de zitgelegenheid te komen ophalen. Daarna wordt de zitgelegenheid vernietigd.

Hoofdstuk 9 Einde van het grafrecht

Artikel 26 Vervallen en vervallen verklaren van het grafrecht

  • 1. Het grafrecht vervalt:

    • a.

      door het verlopen van de termijn;

    • b.

      indien de rechthebbende of gebruiker afstand doet van het grafrecht;

    • c.

      indien de begraafplaats wordt opgeheven.

  • 2. Het college kan het grafrecht vervallen verklaren:

    • a.

      indien de aanvrager, rechthebbende of gebruiker de rechten die op grond van de Heffingsverordening Begraafplaatsen en Crematoria gemeente Amsterdam verschuldigd zijn, niet volledig heeft voldaan;

    • b.

      indien de rechthebbende of gebruiker - ondanks een aanmaning - in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting volledig na te komen of daarmee in strijd handelt;

    • c.

      indien de rechthebbende of de gebruiker van een graf is overleden en het recht niet binnen één jaar is overgeschreven.

  • 3. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, en in het tweede lid, vindt geen terugbeta­ling plaats van een deel van de kosten van het grafrecht, betaalde onderhoudsbijdragen of eventuele andere kosten.

  • 4. De eventueel op het graf aanwezige grafbedekking kan gedurende een maand vóór het vervallen van het grafrecht door of namens de rechthebbende of gebruiker van het graf worden verwijderd.

  • 5. Na afloop van de termijn dat een graf niet geruimd kan worden kunnen rechthebbende of gebruiker geen aanspra­ken op deze voor­wer­pen doen gelden.

Hoofdstuk 10 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 27 Hardheidsclausule

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college.

Artikel 28 Overgangsbepaling

  • 1. Deze verordening treedt in de plaats van alle voorgaande verordeningen op de begraafplaatsen en het crematoria, met dien verstan­de dat de ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds geves­tigde uitsluitende rechten op particulier graven in volle omvang worden gehand­haafd.

  • 2. Voor de als gevolg van deze verordening gevestigde uitsluitende rechten op graven geldt nadrukke­lijk dat zij worden gevestigd onder de nadere voor­waarden, bij eventuele aanvulling of wijziging van deze verorde­ning te stellen.

Artikel 29 Sancties

Hij die handelt in strijd met artikel 4 lid 6 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 30 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria Amsterdam.

Toelichting

Het juridische kader voor de lijkbezorging wordt voornamelijk bepaald door de Wet op de lijkbezorging (Wlb) en het Besluit op de lijkbezorging (Blb). Regels die al in de genoemde wetten staan worden in deze verordening niet herhaald. Waar dat relevant is, wordt in deze toelichting naar de hogere regelgeving verwezen. Voor een volledig beeld van de regelgeving moet echter de betreffende wet- en regelgeving zelf worden geraadpleegd. De actuele wetgeving staat op http://www.overheid.nl/.

Deze verordening is een nadere invulling van de hogere regelgeving zoals dat mogelijk wordt gemaakt in art 90 Wlb.

De verordening regelt de volgende onderwerpen:

-     de organisatorische randvoorwaarden voor het dagelijkse beheer van de begraafplaatsen/crematoria;

-     de openingstijden van de begraafplaatsen (conform art 35 en 56 Wlb);

-     de gedragsregels/verboden op de begraafplaatsen;

-     de mogelijkheden voor begraven, asbijzettingen en gedenken op de begraafplaatsen;

-     de voorwaarden waaraan moet worden voldaan voordat een begrafenis, crematie of andere plechtigheid plaats kan vinden;

-     het  vestigen, verlengen en overdracht van grafrechten

-     regels bij opgraven en ruimen van graven;

-     regels voor het hebben van grafbedekking op een graf of urnenplaats;

-     regels voor het beëindigen van grafrechten;

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Onderdeel a. Aanvrager

De aanvrager is de persoon die -al dan niet via een uitvaartonderneming- een begrafenis of crematie regelt en hiervoor de belasting- of betalingsplichtige is. De aanvrager zal meestal een nabestaande van de overledene zijn, maar dat is niet noodzakelijk. Bij een begraving in een algemeen graf wordt de aanvrager als gebruiker van het graf aangemerkt.

Bij crematies is de aanvrager ook degene die na de crematie de bestemming aan de as geeft.

Bij een particulier graf of urnenplaats is tevens tenaamstelling van het grafrecht vereist. Het grafrecht kan ook gevestigd worden op naam van een andere (rechts)persoon dan de aanvrager. Niet de aanvrager maar de rechthebbende (of bij een urnenplaats: de gebruiker) geeft toestemming voor het begraven of de bijzetting van een asbus in een bepaald particulier graf of in of op een bepaalde urnenplaats

Onderdeel b. Algemeen graf

Algemene graven worden slechts uitgegeven voor directe teraardebestelling. Een algemeen graf kenmerkt zich daarnaast doordat de gebruiker geen zeggenschap heeft over wie er verder in het graf wordt begraven. Zie ook art 23 Wlb lid 2. In of op een algemeen graf kunnen geen asbussen worden bijgezet en geen asverstrooiing plaatsvinden. Algemene graven worden voor tien jaar uitgegeven. Deze termijn kan niet worden verlengd. De gebruiker wordt op de hoogte gesteld van het moment waarop de ruiming van het graf plaats gaat vinden. Op dat moment kan de gebruiker het college verzoeken de overledene tegen de dan geldende regels en tarieven te laten opgraven, te laten herbegraven in een particulier graf of alsnog te cremeren. Crematie van deze stoffelijke resten op De Nieuwe Ooster of De Nieuwe Noorder is alleen mogelijk indien de stoffelijke resten uit een graf op één van de gemeentelijke begraafplaatsen afkomstig zijn.

Onderdeel c. Algemene nis

Het betreft hier de bewaarplaats voor asbussen die wordt genoemd in artikel 59 lid 1 van de Wlb. Na een crematie is het college wettelijk verplicht de as minimaal één maand te bewaren. Daarna kan de aanvrager de as een andere bestemming geven.

Onderdeel j. Eigen graf

Sinds 2010 is in de Wlb het begrip "particulier graf" opgenomen voor een graf "met uitsluitend recht". Dit begrip komt overeen met het in de voorafgaande verordeningen gehanteerde begrip "eigen graf".

Onderdeel k. Gebruiker

Het begrip rechthebbende is in deze verordening uitsluitend van toepassing op degene aan wie een uitsluitend recht op een particulier graf is verleend. Zie artikel 23 Wlb lid 2. In alle andere gevallen waar grafrechten worden verleend is sprake van een gebruiker.

Onderdeel p. Grafakte

De uitgifte van een ruimte waarin een of meer lijken en/of asbussen kunnen worden bewaard wordt altijd schriftelijk bevestigd (art 28 Wlb). De brief waarmee dit geschiedt wordt in deze verordening de grafakte genoemd, ook als zij betrekking heeft op het gebruik van een algemeen graf, een urnenplaats of het plaatsen van een naamplaatje. De grafakte is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Dat wil zeggen dat tegen een dergelijke beslissing bezwaar kan worden gemaakt, indien men het niet eens is met de inhoud van dit besluit.

Onderdeel r. Grafrecht

Het grafrecht is het recht om gebruik te kunnen maken van een algemeen graf, een particulier graf, een urnenplaats of het plaatsen van een naamplaatje op een gedenkmuur of gedenkzuil.

Bij een algemeen graf heeft de gebruiker het recht om één overledene te begraven, maar heeft hij geen zeggenschap over wie verder in dit graf wordt bijgezet.

De gebruiker van een urnenplaats bepaalt binnen de mogelijkheden van zijn of haar grafrecht welke asbussen worden bewaard, bijgezet of verwijderd.

Bij particuliere graven is er sprake van een uitsluitend grafrecht; dan is er sprake van een rechthebbende in de zin van de Wlb. Alleen de rechthebbende bepaalt of er in het graf wordt begraven en hij moet -mede- toestemming voor een opgraving geven. Het zelfde geldt voor de asbussen in het graf. Voor elke begraving of bijzetting van een asbus is daarom altijd toestemming nodig van de rechthebbende. Daarom dient het grafrecht altijd eerst op naam te zijn gesteld alvorens tot een begraving of bijzetting van een asbus kan worden overgegaan. Het is niet noodzakelijk dat na het verstrekken van het grafrecht een particulier graf ook direct voor een begraving moet worden gebruikt. Daarnaast heeft de rechthebbende (in tegenstelling tot de gebruiker) het wettelijk recht het grafrecht telkens opnieuw te verlengen. Voor een gebruiker is er over het algemeen wel de mogelijkheid, maar geen recht op verlenging van de rechten. Het grafrecht op een algemeen graf kan nooit worden verlengd.

Een grafrecht is niet overerfbaar; bij overlijden van de rechthebbende moet het grafrecht over worden geschreven op naam van één andere (rechts)persoon. Dat kan één van de erfgenamen zijn, maar dat is niet noodzakelijk. Gebeurt dat niet dan kan het grafrecht ambtshalve vervallen.

Zowel rechthebbende als gebruiker heeft het recht binnen de regels van grafbedekkings-voorschriften te beslissen of en zo ja, welke grafbedekking op het graf of urnenplaats wordt geplaatst. Zij zijn ook verantwoordelijk voor de grafbedekking en hebben de plicht deze goed te onderhouden.

Onderdeel t. Onderhoudsbijdrage

De onderhoudsbijdrage is een recht om bij te dragen in de kosten voor het jaarlijkse onderhoud van de grafvakken, evenals van alle groen en van alle voorzieningen op de begraafplaatsen. De rechthebbenden respectievelijk de gebruiker zijn verantwoordelijk voor het onderhoud aan de grafbedekking van het individuele graf of urnenplaats.

Onderdeel u: Particulier graf

Een particulier graf kenmerkt zich doordat de rechthebbende het uitsluitend recht heeft onder meer om te bepalen wie er in het graf begraven wordt en voor hoe lang deze overledene(n) begraven worden gehouden. Particuliere graven kunnen ook bij voorbaat worden uitgegeven, dat wil zeggen zonder dat er direct in het graf begraven wordt. Particuliere graven worden in beginsel voor minimaal twintig jaar en maximaal vijftig jaar of voor onbepaalde tijd uitgegeven. In een aantal gevallen is ook minimaal tien jaar mogelijk.

Mits tijdig aangevraagd heeft elke rechthebbende het recht deze uitgiftetermijn te verlengen met telkens minimaal één  jaar en maximaal twintig jaar.

Onderdeel v. Particulier kindergraf

Voor lijken van kinderen zijn graven van kleinere formaten beschikbaar. Er is voor ouders uiteraard geen verplichting om van een kindergraf gebruik te maken. Kinderen kunnen ook worden bijgezet in een algemeen (kinder)graf of in een ander particulier graf.

Onderdeel ac:  Urnenplaats

Een urnenplaats kenmerkt zich door het recht van een gebruiker om binnen de mogelijkheden van zijn of haar grafrecht op die urnenplaats te bepalen welke asbus of asbussen worden bewaard, bijgezet of verwijderd. Er rust op de urnenplaatsen geen uitsluitend recht, in de zin van artikel 23 van de Wlb. Er is wel de mogelijkheid maar geen recht op verlenging van het grafrecht.

Onderdeel ad: Wet

Hoewel met 'de wet' juridisch gezien slechts de wet in formele zin wordt bedoeld (de Wet op de lijkbezorging of Wlb), wordt in deze verordening onder die noemer ook de op deze wet gebaseerde regelgeving begrepen, zoals het Besluit op de lijkbezorging (of Blb). Zie ook de wetstechnische informatie bij de Wlb op http://www.overheid.nl/.

Artikel 2 Beheer van de begraafplaatsen en crematoria

Het hier omschreven beheer omvat het beheer van gemeentewege in ruime zin. Het voeren van de administratie en het aanleggen, openen, sluiten en ruimen van graven, het begraven, opgraven en herbegra­ven van lijken, het cremeren van lijken, het bijzetten en wegnemen van asbussen, het afnemen en plaatsen van gedenktekens, het verstrooien van as en het onderhouden van het terrein vallen er allemaal onder. De tarieven voor de onderschei­dene diensten worden door de gemeenteraad vastgesteld in de Heffingsverordening Begraafplaatsen en Crematoria Gemeente Amsterdam.

Artikel 3 Administratie

Op grond van de artikelen 27, 50 en 65 Wlb is de houder van een begraaf­plaats of crematorium verplicht registers bij te houden van de begraven of gecremeerde lijken, de bestemming die aan de as is gegeven en de bijgezette asbussen, met een nauwkeurige aandui­ding van de plaats van begraving of bijzetting. Artikel 10 van het Besluit op de lijkbezorging bevat nadere voorschriften ten aanzien van de gegevens die moeten worden opgenomen inzake de gecremeerde lijken, de bestemming van de as en de bijgezette asbussen.

De registers zijn geen zelfstandige boekwerken of computerbestanden, maar een onderdeel van de begraafplaatsadministratie. Deze administratie is voor derden niet toegankelijk. Er is een uitzondering gemaakt voor het geval iemand schade leidt als gevolg van de grafbedekking op graven of urnenplaatsen. De gegevens van de rechthebbende, die aansprakelijk voor de grafbedekking is, worden dan aan degene, die (vermoedelijk) schade heeft geleden verstrekt.

Lid 2

De wet legt de verantwoordelijkheid voor de aanwezigheid van het juiste adres van de rechthebbende of gebruiker in de administratie bij de rechthebbende of gebruiker. De verordening verplicht rechthebbenden en ge­bruikers de wijziging van hun adres door te geven. Het is belangrijk het adressenbestand van de begraafplaatsadministratie actueel te houden, dit in verband met het aanbieden van verlenging van de termijn van particuliere graven respectievelijk urnenplaatsen en ook om gebruikers van een algemeen graf op te hoogte te stellen dat het graf wordt geruimd.

Artikel 4 Openstelling en gedragsregels

Lid 2

De openingstijden kunnen bijvoorbeeld in de zomer of wegens een rondleiding of bij een avondactiviteit worden verruimd.

Lid 3

Voor werkzaamheden als opgravingen en ruimingen kan de beheerder tijdelijk (een deel van) de begraafplaats voor bezoekers afsluiten.

Lid 4

Uitvaartondernemers, bezoekers en werklieden dienen zich ordentelijk te gedragen overeenkomstig de op een begraafplaats gepaste wijze. De beheerder kan hiervoor aanwijzingen of richtlijnen geven. Onder het "ordentelijk gedragen" wordt ook bedoeld andere bezoekers niet hinderen door het maken van luide muziek, het houden van picknicks, het plaatsen van een tent en met meer dan één auto bij een graf te parkeren.

Lid 6

Onder georganiseerde rondleidingen wordt verstaan het al dan niet tegen vergoeding aanbieden van rondleidingen op De Nieuwe Ooster, waarbij sprake is van adverteren of berichtgeving in de krant of andere publieke aankondigingen. Er is natuurlijk geen bezwaar tegen als bijvoorbeeld een particulier zijn familie op zondagmiddag op de begraafplaats rondleidt.

Lid 7

In uitzonderlijke situaties kan aan anderen dan aan de in lid 6a bedoel­de personen ontheffing worden verleend om op de begraafplaats te rijden. De bepaling is bedoeld als hardheidsclausule voor situaties waarin geen andere oplossing denkbaar is. In het algemeen geldt dat indien de ontheffing op deze bepaling een permanent karakter heeft, deze schriftelijk door het college wordt verstrekt. Indien het om een incidenteel geval gaat wordt volstaan met een mondelinge toestem­ming van de beheerder. Er wordt terug­houdendheid betracht in het verlenen van ontheffingen.

Artikel 6 Uitgangspunten indeling begraafplaatsen

Lid 1

Het artikel voorziet in de mogelijkheid van het college om feitelijk te kunnen sturen in het beheer van de begraafplaats.

Lid 2

Dit lid is bedoeld om het specifieke karakter van begraafplaats Huis te Vraag als gesloten begraafplaats zoveel mogelijk recht te doen en te behouden.

Lid 3

Met deze regeling kan aan specifieke begraafwensen tegemoet worden gekomen. Te denken valt aan het rooms-katholieke of een islamitisch grafvak. Ook kan het college nadere regels stellen voor het gebruik van graven en urnenplaatsen.

Lid 5 en 6

In sommige vakken kan de uitgifte van graven tijdelijk worden gestaakt, als dit voor herinrichting of groot onderhoud wenselijk is. Er kan bijvoorbeeld ook worden besloten om in een bepaalde urnenmuur geen nissen meer uit te geven. Bijvoorbeeld wanneer deze muur op korte of middellange termijn verplaatst of vervangen moet worden.

Graven, urnenplaatsen of bepaalde diensten, zoals de huur van de aula, zijn dus soms niet, nog niet of niet meer, en niet voor alle gewenst termijnen beschikbaar. In dat geval kan daarop geen beroep worden gedaan.

Artikel 7 Algemene graven

Algemene graven worden per definitie slechts uitgegeven voor directe teraardebestelling. Het is niet mogelijk een algemeen graf te reserveren.

Een lijk kan echter na afloop van de termijn op verzoek van de gebruiker worden gecremeerd of worden herbegraven.

Lid 3

Omdat bijzetting van een asbus in een algemeen graf een inefficiënt ruimtebeslag zou betekenen, is dat uitgesloten. De aard van de algemene graven verzet zich tegen de mogelijkheid van asverstrooiing in een algemeen graf.

Lid 4

Bij de algemene graven op De Nieuwe Ooster bestaat de mogelijkheid om te kiezen voor een algemeen zandgraf ‘'speciaal''. Hierin worden maximaal twee lijken begraven en de graven bevinden zich op een ‘'goed gelegen'' locatie. Voor de onderhoudsbijdrage geldt daarom een hoger tarief, mede omdat de beschikbare ruimte voor de grafbedekking groter is dan bij andere algemene graven.

Artikel 8 Particuliere graven

Particuliere graven, waaronder ook particuliere kindergraven, kunnen bij voorbaat worden uitgegeven, dat wil zeggen worden uitgege­ven zonder dat er direct begraven wordt. Voor een "bij voorbaat" uitgegeven graf moeten de gebruikelijke graf- en onderhoudsbijdragen worden betaald. Een particulier graf kan ook alleen worden aangewend als gedenkplaats bijvoorbeeld om er een gedenkteken op te plaatsen voor één of meer personen die elders begraven zijn, maar van wie het graf inmiddels is geruimd of personen die gecremeerd zijn.

In particuliere graven kunnen evenveel asbussen worden bijgezet als het aantal overledenen waarvoor het graf is uitgegeven. Er zijn particulier graven van verschillende formaten, waarbij de ruimte tussen de graven groter is en de gedenktekens iets breder en/of langer kunnen zijn.

Om verspreiding van as over andere graven te voorkomen kan er alleen as in een graf en niet op een graf worden verstrooid.

Lid 1 en 2

Bij de uitgifte van een particulier graf kan de aanvrager een keuze maken of het een graf voor één, twee of maximaal drie personen wordt. Hier wordt bij de eerste begrafenis rekening mee gehouden. Voor 1991 zijn wel graven voor vier personen uitgegeven. Daarna is dit op grond van de wet niet meer toegestaan. Bestaande uitsluitende rechten worden uiteraard gerespecteerd.

Lid 5

Kindergraven zijn bestemd voor één lijkje omdat aanvragers vaak grote behoef­te hebben aan een individueel gedenkteken. Het is mogelijk om, indien ouders dit wensen, een doodgeboren tweeling of later één asbus van een ander kind in hetzelfde graf bij te zetten.

Lid 8

In deze verordening is bepaald dat particuliere graven worden uitgegeven voor elke door de rechthebbende gewenste termijn tussen twintig en vijftig jaar of voor onbepaalde tijd. Dit lid maakt het mogelijk dat er ook voor een periode van minimaal tien jaar kan worden uitgegeven. Waar een uitgifte van tien jaar mogelijk is, is ook de afkoop van de onderhoudsbijdrage voor tien jaar verplicht. Na afloop van de eerste termijn van uitgifte is verlenging mogelijk van maximaal twintig jaar.

Lid 9

De wet schrijft voor dat de verlenging van het grafrecht binnen twee jaar voor het verstrijken van de lopende termijn moet worden aangevraagd. Het college doet de rechthebbende op grond van de wet altijd een aanbod tot verlengen. Indien de rechthebbende op dat aanbod in gaat kan het college dat verzoek niet weigeren.

Indien een rechthebbende of gebruiker niet op korte termijn reageert op het aanbod tot verlenging van het grafrecht op een particulier graf of een urnenplaats, mag hij tot verlenging besluiten tot de dag voorafgaand aan de dag waarop het grafrecht verloopt. Indien de rechthebbende na het verstrijken van de termijn te kennen geeft alsnog met terugwerkende kracht te willen verlengen, heeft hij het recht op verlenging verloren. Het college kan besluiten met een verlenging met terug­werkende kracht in te stemmen.

Lid 10

Graven die voor onbepaalde tijd zijn uitgegeven en waarvan ook de onder­houdsbijdragen in het verleden voor onbepaalde tijd zijn afgekocht, worden in stand gehouden zolang de begraafplaats blijft bestaan. Echter, voor deze graven geldt ook de wettelijke regel dat bij ernstige verwaarlozing van de grafbedekking na een bepaalde aanmaningsprocedure het grafrecht vervalt.

Ook dient te worden voldaan aan de verplichting in artikel 19, dat het grafrecht binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende moet worden overgeschreven op een nieuwe rechthebbende. Mede ter controle of de rechthebbende nog wel in leven is en of diens bij de administratie bekende adres nog juist is, dient de rechthebbende om de tien jaar te bevestigen dat op het voortbe­staan van het graf prijs wordt gesteld. Indien de rechthebbende zich niet meldt of op een aanschrijving van de beheerder niet reageert, kan het college het grafrecht vervallen verklaren.

Artikel 9 Algemene  nis

Lid 1

Een asbus dient op grond van wettelijke voorschriften na crematie één maand te worden bewaard, alvorens de as een andere bestemming zoals verstrooiing of bijzetting krijgt. De aanvrager dient in beginsel binnen zes maanden een bestemming van de as aan te geven. Indien de aanvrager binnen die termijn geen keuze kan maken, kan de termijn eenmalig, tegen kosten, worden verlengd.

De aanvrager van de crematie is op grond van de wet de persoon die beslist over de bestemming van de as en over het al dan niet verdelen van as. Indien meerdere nabe­staanden een deel van de as krijgen, wordt de as primair ter beschikking gesteld van de aanvrager, die ze vervolgens ver­deelt.

Naast de in artikelen 10 en 12 genoemde mogelijkheden van asbestemming kan de asbus ook aan de aanvrager van de crematie worden meegeven. De as uit de asbus kan worden gedeeld en geborgen in verschillende urnen of objecten (bijvoorbeeld assierraden). De asbus kan ook worden bijgezet in een particulier graf. In dat geval zijn de bepalingen betreffende particuliere graven overeenkomstig van toepassing. De asbus kan niet in of op een algemeen graf worden bijgezet.

Lid 2

Voor het geval de aanvrager van een crematie geen aanwijzingen voor de bestemming van de as geeft of deze niet uitvoert regelen deze leden dat de aanvrager daarmee aangegeven heeft dat de as moet worden verstrooid.

Artikel 10 Grafrecht urnenplaatsen

Lid 2

Er is geen bezwaar tegen wanneer een aanvrager de as uit meerdere asbussen in één urn wil bewaren. Als de assen in de urn niet meer te onderscheiden zijn is de as juridisch gezien verstrooid. Er moet dan wel een urnenplaats worden gekozen, waarin het aantal assen in die urn minimaal gelijk is aan het aantal asbussen, dat in de urnenplaats bijgezet mogen worden.

Lid 3

Urnenplaatsen zijn in juridische zin gelijk gesteld aan algemene graven, om de uitgifte voor kortere termij­nen dan tien jaar mogelijk te maken. Urnenplaatsen worden voor minimaal vijf en maximaal twintig jaren uitgegeven.

Lid 5

Voor het geval de gebruiker van een urnenplaats na de uitgiftetermijn het grafrecht niet ver­lengt, of het grafrecht ambtshalve is vervallen en de gebruiker ook na herinnering geen aanwijzingen voor de bestemming van de as heeft gegeven, regelt dit lid dat dan opdracht is gegeven voor verstrooiing van de as.

Artikel 12 Asverstrooiing

Verstrooiing kan behalve in een particulier graf ook plaatsvinden op strooivelden van de begraafplaats. Verstrooiing kan boven open zee of op een andere door de overledene of diens nabestaanden gewenste plek. Men is daarbij uiteraard gebonden aan de daarvoor geldende regels van de betreffende gemeente; in voorkomende gevallen is ook toestemming van de eigenaar van de onder­grond vereist.

Artikel 14 Kennisgeving uitvaart of asbestemming

Lid 1 en 2

Het is wenselijk dat een begrafenis, crematie of bijzetting tijdig wordt gemeld. Het ligt in de aard der zaak dat bij een nieuw graf of een nieuwe urnenruimte wordt aangegeven welk type men wenst en voor welke termijn. Op het aanvraagformulier kunnen ook bijzondere omstandigheden worden gemeld, zoals een ongebruikelijk formaat kist en het gebruik van een andere lijkomhulling dan een kist. Het ingevulde formulier moet door de aanvrager worden ondertekend.

Lid 6 en 7

Het bepaalde in dit lid heeft de bedoeling om het mee be­graven van voorwer­pen die niet in de grond horen, die niet ver­gankelijk zijn of die een natuurlijke lijkont­binding kunnen belemmeren, te voorkomen. Er is geen enkel bezwaar tegen het mee begraven van voorwerpen als kindertekeningen, een kleine stoffen knuffel of een rozenkrans. Maar wel tegen technische hulpmidde­len zoals een koelmatras, plastic zakken met kleding resten van het slachtoffer van een verkeersonge­val, medisch afval e.d. In twijfel­gevallen dient een uitvaart­verzorger in overleg treden met de beheerder.

Lid 8

De beheerder zal bij het stellen van technische eisen uitgaan van wat in de uitvaartbranche gebruikelijk is. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Landelijke Organisatie voor Begraafplaatsen (LOB) respectievelijk de Landelijke Vereniging van Crematoria (LVC) hebben voor dat doel richtlijnen opgesteld.

De eisen, die aan de kist of andere lijkomhulling bij begraven worden gesteld staan in paragraaf zes van

http://www.begraafplaats.nl/site_media/img/pdf/2014_modelvoorschr_asvertrooiing_techn_adviezen_inrichting_begraafpl_en_graven.pdf en op de websites van de begraafplaatsen.

De kist of andere lijkomhulling bij een crematie moet afkomstig zijn van producenten/leveranciers, die de VTU Kistenverklaring van de LVC hebben ondertekenend. De VTU kistenverklaring staat op de websites van de begraafplaatsen

Op grond van het art 4.117 uit Activiteitenbesluit van de Wet milieubeheer is het verboden in een crematieoven kisten te verbranden die met lood of zink zijn bekleed. Metalen en kunststof handvatten en andere versierselen van kunststof of metaal moeten voor invoer van de kist kunnen worden verwijderd.

Artikel 15 Uitvoering uitvaart

Begrafenissen en crematies vinden in de regel plaats op alle werkdagen. Soms wordt door opeenvolgende zon- en feestda­gen de periode waarin niet begraven of gecremeerd zou kunnen worden te groot. De beheerder kan dan ook begraving of crematie op andere dagen toestaan.

Begrafenissen, crematies, bijzettingen van asbussen of verstrooiingen van as worden in de regel enkele dagen tevoren door uitvaartverzorgers aangemeld bij de beheerder. De beheerder zal zoveel mogelijk met de wens van de aanvrager rekening houden. Wanneer echter meer begrafenissen, crematies of andere plechtigheden voor hetzelfde tijdstip worden aangemeld, heeft de beheerder voor een goede gang van zaken de bevoegdheid een ander tijdstip vast te stellen.

Artikel 19 Overdracht grafrecht

Lid 1

Het grafrecht moet altijd op naam van één (rechts)persoon staan, omdat dan duidelijk is wie over de rechten kan beschikken en aan de plichten kan worden herinnerd. Het grafrecht gaat niet automatisch over op grond van erfrecht, zoals vaak ten onrechte wordt gedacht.

Lid 4

De termijn voor overschrijving van een graf wordt gesteld op maximaal één jaar. Het is ongewenst dat graven van personen waarvan geen nabestaanden bekend zijn of waarvoor niemand zich meer verantwoordelijk voelt voor lange tijd in stand blijven, mede omdat de gemeente dan het risico draagt van schade die kan worden veroorzaakt door omvallende grafstenen en inzakken­de grafkelders. De termijn waarbinnen een overschrijving gerealiseerd moet worden is veel korter dan één jaar, namelijk enkele dagen, als de rechtheb­bende is overleden en zelf in het betreffende graf begraven moet worden. Immers alleen een rechthebbende kan de begraving toestaan. Die moet dan wel in leven zijn.

Lid 6

Het vijfde lid bepaalt dat een rechthebbende afstand kan doen van het grafrech­t, zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding. Het afstand doen van rechten kan een keuze zijn, wanneer het gedenkteken beschadigd of verwaarloosd is en de rechthebbende geen kosten voor herstel of een opknapbeurt wil maken.

Artikelen 20 en 21 Opgraven en ruimen

Bij opgraven wordt een stoffelijk overschot of stoffelijke resten individueel herbegraven in een ander graf (op dezelfde of op een andere begraafplaats) of gecremeerd. Het initiatief voor een opgraving ligt bij de rechthebbende. Het komt niet vaak voor, maar als daar gewichtige redenen voor bestaan kan de burgemeester besluiten een opgraving tijdens de grafrusttermijn toe te staan.

Voor opgraving is altijd toestemming van de burgemeester nodig. Bij een particulier graf moet ook de rechthebbende akkoord gaan. De wet schrijft voor dat als de opgraving binnen een jaar na de begraving plaats vindt én het stoffelijk overschot wordt gecremeerd ook de toestemming van de officier van justitie nodig is.

Ruimen van een graf kan pas plaats vinden nadat het grafrecht is vervallen. Om tot ruiming over te kunnen gaan moet ook de grafrusttermijn zijn verstreken. Het initiatief tot ruimen ligt bij de houder van de begraafplaats. Bij ruimen wordt een graf leeggemaakt, waarbij de stoffelijke resten anoniem in het verzamelgraf op de begraafplaats opnieuw ter aarde worden besteld. Een bijzondere vorm van ruimen betreft schudden. In dat geval worden alle stoffelijke resten in een graf verzameld en op de onderste diepte van het graf geborgen om opnieuw ruimte te maken voor het begraven van nieuwe overledenen. Normaal gesproken worden alleen particuliere graven geschud.

Artikel 22 Vergunning voor gedenkteken

Lid 1

Het college stelt daartoe de zgn. "Voorschriften grafbedekking" vast. In deze voorschriften staan per (groep van) grafvak(ken) de voorschriften voor bijvoorbeeld de maatvoering van een graf of urnenplaats, toegestane objecten op het graf of urnenplaats, beplantingsmogelijkheden, maatvoering, kleur, belettering en toegestane materialen van gedenktekens.

Lid 2

Voor grafbeplanting is geen vergunning vereist; Rechthebbenden en gebruikers dienen zich wel te houden aan de "Voorschriften grafbedekking" als die iets zeggen over beplanting.

Lid 11

Rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de grafbedekking goed te onderhouden. Indien rechthebbenden en gebruikers de grafbedekking niet goed onderhouden of zich niet aan de vergunning of andere regels houden en ook na een waarschuwing in gebreke blijven, kan op grond van het bepaalde in artikel 28 van de wet of op grond van artikel 26, tweede lid, onderdeel b, het grafrecht vervallen worden verklaard.

De gemeente kan het - onverlet het bovenstaande - als haar taak zien om het onderhoud van graven en gedenktekens met een bijzondere historische of cultuurhis­torische waarde voor haar rekening te nemen. Normaal gesproken kan dit pas het geval zijn als het grafrecht is vervallen.

Artikel 23  Herstel schade aan grafbedekking

Grafbedekking wordt aangebracht voor risico van de rechthebbende of gebruiker. Schade als gevolg van brand, vandalisme, diefstal, verzakking, vorst, storm, hagel, wateroverlast en andere van buiten komende oorza­ken, of ontstaan door het in opdracht van de rechthebbende of gebruiker weghalen en terug­plaatsen van een grafbedekking en eventu­ele vervolgschade voor derden, is voor rekening van de rechtheb­bende of gebrui­ker.

Indien een gedenkteken beschadigt door onzorgvuldig handelen of opzet van medewerkers van de begraafplaats, is de gemeente uiteraard wel gehouden tot vergoeding van de schade.

Artikel 24 Beplanting

Lid 4 en 5

Losse voorwerpen worden geweerd, omdat die om kunnen vallen, waarbij scherven en splinters in de aarde terecht kunnen komen. Deze kunnen verwondingen veroorzaken als in een graf wordt begraven of beplanting of een gedenkteken wordt aangebracht. Voorwerpen die weg kunnen waaien, verontreinigen de begraafplaats. De begraafplaats is niet aansprakelijk voor verdwenen of beschadigde losse voorwerpen op een graf. Verwelkte bloemen, verwaarloosde planten, losse en glazen voorwerpen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving en enig recht op vergoeding worden verwijderd.

Artikel 26 Vervallen en vervallen verklaren van het grafrecht

Lid 1

Naast de hier genoemde mogelijkheden bevat artikel 28 van Wlb een regeling dat het grafrecht bij verwaarlozing van het onderhoud van de grafbedekking vervalt.