Verordening aansluitvoorwaarden riolering Geldrop-Mierlo 2015

Geldend van 17-09-2015 t/m heden

Intitulé

VERORDENING AANSLUITVOORWAARDEN RIOLERING GEMEENTE GELDROP-MIERLO 2015

De raad van de gemeente Geldrop-Mierlo;

  • ·

    gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30 juni 2015

  • ·

    gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 10.33 van de Wet milieubeheer;

mede gelet op het bepaalde in de Algemene Wet Bestuursrecht;

Besluit:

  • 1.

    vast te stellen de Aansluitverordening Riolering gemeente Geldrop-Mierlo 2015;

  • 2.

    in te trekken de Aansluitverordening Riolering gemeente Geldrop-Mierlo 2004:

Afdeling I

Artikel 1: Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Aansluitleiding: Het particulier riool, het aansluitpunt en de perceelaansluitleiding riool tezamen.

  • b.

    Aansluitpunt:

    • 1.

      Bij gemengde en gescheiden rioolstelsels het punt, gelegen op of binnen 0,5 meter afstand van de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel, waar het particulier riool op de perceelaansluitleiding wordt aangesloten.

    • 2.

      Bij een drukriool het punt waar het particulier riool wordt aangesloten op de pompput. Als aansluitpunt wordt ook wel het controleputje gebruikt.

  • c.

    Afvalwater: Al het water afkomstig van een perceel, met uitzondering van hemelwater en drainagewater.

  • d.

    Bronneringswater: Grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke verlaging van de Grondwaterstand.

  • e.

    Calamiteit: De situatie waarin een normale werking van de riolering is verstoord door verstopping of een andere oorzaak.

  • f.

    Drainagewater: Grondwater, ingezameld door een ingegraven doorlatend buizensysteem.

  • g.

    Drainagestelsel: Gemeentelijk leidingstelsel, bestemd voor de afvoer van overtollig grondwater, met uitzondering van de aansluitleidingen.

  • h.

    Drukriool: Het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater, waarbij het transport door het riool plaatsvindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk.

  • i.

    Gebruiker: De perceeleigenaar, de zakelijk gerechtigde van het perceel of de huurder die gebruik maakt van de aansluiting op het openbaar riool.

  • j.

    Gemeente: De gemeente Geldrop-Mierlo.

  • k.

    Gemengd stelsel: Het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater, inclusief hemelwater.

  • l.

    Gescheiden stelsel: Het openbaar riool met een buizenstelsel voor de afvoer van hemelwater en een buizenstelsel voor de afvoer van afvalwater.

  • m.

    Openbaar riool: Het gedeelte van de riolering dat bij de gemeente in eigendom en beheer is voor inzameling en transport van afvalwater, hemelwater en drainagewater, met inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen, persleidingen en werken en installaties van overeenkomstige aard, met uitzondering van de aansluitleidingen.

  • n.

    Omgevingsvergunning: een vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • o.

    Particulier riool: De binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van het aan te sluiten perceel gelegen binnen, buiten- of terreinrioolleidingen tot aan het aansluitpunt. Het particulier riool wordt ook "de particuliere afvoerleiding" genoemd.

  • p.

    Perceelaansluitleiding: Het riool en voorzieningen die deel uitmaken van dit riool, vanaf het openbaar riool tot en met het aansluitpunt, in beheer bij de gemeente.

  • q.

    Rechthebbende:

    • 1.

      De eigenaar of zakelijk gerechtigde van het perceel ten behoeve waarvan de aansluiting op het openbaar riool wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.

    • 2.

      De rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel van de onder 1. bedoelde personen.

  • r.

    Tarievenlijst: De door burgemeester en wethouders krachtens deze verordening vast te stellen lijst met de aanlegkosten per eenheid van een aansluitleiding.

Afdeling II De vergunning.

Artikel 2: Vergunningplicht

  • 1. Het is verboden zonder een daartoe verleende aansluitvergunning een aansluiting van een particuliere afvoerleiding op het openbaar riool of drainagestelsel tot stand te brengen of te wijzigen.

  • 2. Burgemeester en wethouders verlenen een aansluitvergunning alleen voor het tot stand brengen en in stand houden van een aansluiting tussen het particulier riool en de perceelaansluiting:

    • a.

      voor de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater indien ter plaatse een gemengd stelsel aanwezig is;

    • b.

      voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een gescheiden stelsel aanwezig is;

    • c.

      voor de afvoer van hemelwater naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een gescheiden stelsel aanwezig is;

    • d.

      voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater indien ter plaatse riolering onder over- en/of onderdruk aanwezig is;

    • e.

      voor de afvoer van grondwater indien ter plaatse een drainagestelsel of een gemengd stelsel aanwezig is.

  • 3. Indien meer dan één aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool tot stand dient te worden gebracht, alsmede wanneer meer dan één aansluiting dient te worden gewijzigd, is het eerste lid van dit artikel voor iedere aansluiting of wijziging afzonderlijk van toepassing.

  • 4. In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen met betrekking tot:

    • a.

      het tot stand brengen van de aansluiting;

    • b.

      het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de aansluitleiding;

    • c.

      sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende;

    • d.

      de periode waarvoor de vergunning wordt verleend indien de aansluiting is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater indien het een tijdelijke aansluiting betreft.

  • 5. Indien de rechthebbende binnen een jaar na verlening van de aansluitvergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting of wijziging van de aansluiting waarop de aansluitingsvergunning betrekking heeft uit te voeren, kunnen burgemeester en wethouders de aansluitvergunning intrekken.

Artikel 3: De vergunningaanvraag.

  • 1. De aanvraag voor een aansluitvergunning wordt schriftelijk met behulp van een daartoe bestemd formulier bij burgemeester en wethouders ingediend door de rechthebbende van het aan te sluiten perceel.

  • 2. Bij de aanvraag voor een aansluitvergunning dienen de volgende gegevens door de rechthebbende te worden verstrekt:

    • a.

      de naam en het adres van de rechthebbende;

    • b.

      de dagtekening;

    • c.

      de aanduiding dat het een verzoek om een aansluitvergunning betreft;

    • d.

      het tijdstip waarop de aansluiting dient te worden gerealiseerd;

    • e.

      de ligging van het aan te sluiten perceel aan de hand van straat en huisnummer of, indien geen huisnummer is toegekend, aan de hand van het kadastraal nummer van het betreffende perceel, en aangegeven op een situatieschets met een schaal van 1:1000 of groter;

    • f.

      voor zover het lozing van bedrijfsafvalwater betreft, de aard en de hoeveelheid van de af te voeren vloeistoffen, waarbij dient te worden aangegeven of niet verontreinigd water, zoals regen- of koelwater, en/of verontreinigd water, zoals huishoudelijk of industrieel afvalwater, zal worden afgevoerd;

    • g.

      voor zover het enkel lozing van huishoudelijk afvalwater betreft, of er daarnaast hemelwater zal worden afgevoerd;

    • h.

      van het aan te sluiten of te wijzigen particulier riool ten minste de volgende gegevens:

  • 1. Het leidingverloop en de dimensionering;

  • 2. De hoogteligging en het materiaal ter plaatse van het aansluitpunt;

  • 3. Een duidelijk verschil in kleur of symbolen tussen de droogweer- en hemelwaterafvoerleidingen;

  • 4. De wijze waarop de functies van de verschillende leidingen van het particulier riool ter plaatse van het aansluitpunt zullen worden gemarkeerd.

  • 3. Indien de gegevens bedoeld in het tweede lid van dit artikel reeds zijn vastgelegd in de voor het perceel afgegeven Omgevingsvergunning of een vergunning op grond van de Waterwet, kan bij de aanvraag voor een aansluitvergunning voor dit perceel worden volstaan met het overleggen van een kopie van de gegevens uit deze vergunning.

  • 4. De aanvraag om een aansluitvergunning wordt slechts in behandeling genomen nadat bij de aanvraag alle in het tweede lid van dit artikel vermelde gegevens zijn verstrekt. Bij het ontbreken van gegevens wordt de rechthebbende daarover geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld deze gegevens binnen vier weken na kennisgeving daarvan alsnog aan te vullen.

Artikel 4: Weigering van een aansluitvergunning.

  • 1. Een aansluitvergunning kan slechts worden geweigerd indien aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting vanwege technische, juridische of milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is.

  • 2. Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk indien:

    • a.

      de hoogteligging van het aansluitpunt (binnenonderkant buis) lager ligt dan de bovenzijde van het openbaar riool, vermeerderd met 200 mm plus de benodigde hoogte voor het afschot van de aansluitleiding;

    • b.

      de bovenzijde van een lozingstoestel lager is gelegen dan 150 mm boven de kruin van de straat, tenzij via een pompinstallatie voorzien van terugslagklep wordt aangesloten;

    • c.

      de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening betreft, terwijl een gescheiden openbaar riool aanwezig is;

    • d.

      de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en / of bronneringswater betreft, waarvoor krachtens de geldende milieuwetgeving een vergunning benodigd is, maar niet is verleend, of niet aan de geldende algemene regels is voldaan;

    • e.

      het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te kunnen afvoeren;

    • f.

      het lozing van niet verontreinigd drainagewater betreft;

    • g.

      de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of middels retourbemaling kan worden afgevoerd;

    • h.

      een Omgevingsvergunning of een vergunning op grond van de Waterwet voor het aan te sluiten perceel is geweigerd.

  • 3. Een weigering van een aansluitvergunning is met redenen omkleed, waarbij burgemeester en wethouders de nadere eisen aangeven waaraan het particulier riool dient te voldoen om voor vergunningverlening in aanmerking te komen.

Artikel 5: Verlening van de aansluitvergunning.

  • 1. Burgemeester en wethouders besluiten binnen 8 weken na ontvangst op de aanvraag.

  • 2. In afwijking van het eerste lid van dit artikel houden burgemeester en wethouders de beslissing omtrent een aanvraag voor een aansluitvergunning aan indien er geen reden is de vergunning te weigeren terwijl voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag moet worden gedaan of in behandeling is voor vergunning op grond van de Waterwet, en/of de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO), en/of de wet Milieubeheer.

  • 3. De rechthebbende wordt zo spoedig mogelijk van de aanhouding op de hoogte gesteld.

  • 4. Na verlening van de in lid 2 van dit artikel bedoelde vergunningen, nemen burgemeester en wethouders alsnog binnen 8 weken een besluit op de aanvraag.

Afdeling lII De aansluiting.

Artikel 6: Het verzoek tot aanleg of wijziging perceelaansluitleiding.

  • 1.

    De rechthebbende aan wie ingevolge afdeling II van deze verordening een aansluitvergunning is verleend, kan de gemeente verzoeken de aansluiting of wijziging van de aansluiting waarop die vergunning betrekking heeft uit te voeren. De rechthebbende dient een daartoe strekkend schriftelijk verzoek in te dienen bij burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Bij het verzoek tot aansluiting dienen in ieder geval de volgende gegevens door de rechthebbende te worden vermeld:

    • a.

      de naam en het woonadres van de rechthebbende;

    • b.

      het nummer van de aansluitvergunning;

    • c.

      de door de rechthebbende gewenste datum van uitvoering.

    Het verzoek tot aansluiting wordt slechts in behandeling genomen indien deze gegevens volledig zijn vermeld.

  • 3.

    Indien de kosten van de aanleg van de aansluiting reeds zijn voldaan uit hoofde van een eerder door de rechthebbende met de gemeente gesloten overeenkomst, dient de rechthebbende dit naast de in het tweede lid van dit artikel bedoelde gegevens bij het verzoek tot aansluiting te vermelden.

  • 4.

    Zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 4 weken na de ontvangst van het verzoek stellen burgemeester en wethouders zoveel mogelijk in overleg met de rechthebbende een termijn vast voor uitvoering van de aansluiting. Bij vaststelling van het tijdstip van uitvoering wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het door de rechthebbende gewenste tijdstip.

Artikel 7: Kosten van de aansluiting

  • 1. Voor de aansluiting op het openbaar riool is de rechthebbende de kosten voor de eventuele aanleg van nieuw openbaar riool, het aansluiten op het openbaar riool en de aanleg of wijziging van de aansluitleiding aan de gemeente verschuldigd.

  • 2. Deze kosten worden op basis van een prijsopgave vooraf aan de rechthebbende bekend gemaakt en bedragen de directe kosten voor de uitvoering van de werken, vermeerderd met 10% ten behoeve van voorbereiding en toezicht.

  • 3. De gemeente kan in ieder geval niet worden gehouden tot feitelijke aanleg van de perceelaansluitleiding over te gaan, voordat de rechthebbende zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de kosten van de aanleg van de perceelaansluitleiding die zijn begroot aan de hand van de in het eerste lid van dit artikel genoemde tarievenlijst, en de over die kosten verschuldigde omzetbelasting.

  • 4. De kosten voor de aanleg van de perceelaansluitleiding, zoals bedoeld in het tweede lid van dit artikel, kunnen niet meer in rekening worden gebracht indien deze reeds op andere wijze op de rechthebbende worden / zijn verhaald.

  • 5. Indien de aanvrager verzoekt om een aansluitleiding in een gebied waar afvalwater wordt verzameld en getransporteerd middels drukriolering, dient er naast de aanleg van een aansluitleiding door de gemeente in het openbaar gebied mogelijk een pompput met pomp te worden aangelegd die het afvalwater op de drukriolering loost. Deze pomp is eigendom en in beheer van de gemeente. De kosten van aanleg van de pomp, pompput en drukleidingen komen voor rekening van de aanvrager.

Artikel 8: Uitvoering aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding.

  • 1. De uitvoering van de aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding, inclusief de aansluiting van het particulier riool op de perceelaansluiting, vindt niet plaats anders dan door of vanwege de gemeente.

  • 2. In afwijking van het eerste lid van dit artikel, kunnen burgemeester en wethouders na overleg met de rechthebbende in de aansluitvergunning vastleggen dat de rechthebbende zelf de aansluiting uitvoert. De rechthebbende onttrekt het aansluitpunt na melding aan burgemeester en wethouders dat de aansluiting is uitgevoerd, gedurende drie achtereenvolgende werkdagen niet aan het zicht.

  • 3. De aansluiting van het particulier riool op de perceelaansluitleiding vindt slechts plaats, als het aan te sluiten particulier riool tot het aansluitpunt aanwezig is en voldoet aan de daaraan in de Omgevingsvergunning en op grond van overige wettelijke bepalingen gestelde of te stellen eisen.

Afdeling IV Beheer en onderhoud.

Artikel 9: Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging.

  • 1. Het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de perceelaansluitleiding en/of het aansluitpunt wordt uitgevoerd door of namens de gemeente en voor rekening van de gemeente, tenzij de betreffende werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd ten gevolge van een onjuist gebruik van het particulier riool, in welk geval de kosten voor rekening van de rechthebbende of veroorzaker komen.

  • 2. Onder onjuist gebruik van het particulier riool wordt in ieder geval begrepen:

    • a.

      het via deze aansluiting lozen van stoffen die, vanwege hun aard en samenstelling, verstoppingen in de aansluitleiding of het openbaar riool veroorzaken;

    • b.

      het via deze aansluiting lozen van stoffen die, door hun aard of concentratie, de constructie van de aansluitleiding aantasten;

  • 3. De kosten voor het onderhoud van het particulier riool komen voor rekening van de rechthebbende, tenzij vaststaat dat de noodzaak tot onderhoud is veroorzaakt door inspoeling vanuit het openbaar riool. Bij aansluitingen die beneden het zogenaamde spiegelpeil van het openbaar riool liggen, zijn genoemde kosten voor rekening van de rechthebbende.

  • 4. Onder renovatie wordt tevens begrepen het aanpassen van de perceelaansluitleiding ten gevolge van een wijziging van het openbaar riool.

  • 5. Bij wijziging door de gemeente van de hoogteligging van het aansluitpunt dient de rechthebbende ervoor te zorgen dat het particulier riool hierop kan worden aangesloten op een zodanige wijze dat de afvoer vanuit het perceel ongehinderd kan plaatsvinden.

Artikel 10: Calamiteiten.

  • 1. Bij een calamiteit meldt de rechthebbende of gebruiker dit bij de gemeente en treedt met haar in overleg over inzet van een (ontstoppings-)bedrijf.

  • 2. De keuze van het in te schakelen (ontstoppings-)bedrijf behoeft goedkeuring van de gemeente.

  • 3. Het (ontstoppings-)bedrijf onderzoekt of het een verstopping of een storing in het particulier riool of in de perceelaansluitleiding betreft. De kosten voor dit onderzoek komen voor rekening van de gemeente als het een storing betreft in de perceelaansluitleiding. Indien de storing in het particulier riool aanwezig is komen de kosten voor dit onderzoek voor rekening van de particulier.

  • 4. Indien na het in lid 3 bedoelde onderzoek wordt vermoed dat sprake is van een verstopping of storing in de perceelaansluitleiding of van een verstopping of storing als gevolg van inspoeling vanuit het gemeentelijk riool, dan verricht het (ontstoppings-)bedrijf de noodzakelijke werkzaamheden. De kosten voor deze werkzaamheden komen voor de gemeente.

  • 5. Indien na het in lid 3 bedoelde onderzoek blijkt dat er sprake is van een verstopping of storing in het particulier riool dient de rechthebbende deze verstopping of storing zelf en op eigen kosten te verhelpen.

  • 6. Indien de rechthebbende of gebruiker, zonder expliciete voorafgaande toestemming van de gemeente, zelf aan een derde opdracht geeft tot het verrichten van werkzaamheden, komen de daaraan verbonden kosten voor rekening van die rechthebbende of gebruiker.

Afdeling V Verwijdering aansluiting, sloop.

Artikel 11: Zorgplicht.

  • 1. Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op een op het openbaar riool aangesloten perceel, moeten door de rechthebbende zodanige voorzieningen aan het particulier riool worden getroffen dat iedere belemmering van het goed functioneren van het gemeentelijk riool en de perceelaansluitleiding wordt voorkomen.

  • 2. Indien de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden niet voldoet aan de in het eerste lid van dit artikel omschreven zorgplicht, heeft de gemeente de bevoegdheid de aansluiting op het openbaar riool af te sluiten en de hieraan verbonden kosten te verhalen op de rechthebbende.

  • 3. Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd is de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan in kennis te stellen.

  • 4. Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd, wordt de op de aansluitleiding betrekking hebbende vergunning ingetrokken, waarna het particulier riool op kosten van de rechthebbende door de gemeente wordt verwijderd.

Afdeling VI Overgangs- en slotbepalingen.

Artikel 12: Hardheidsclausule.

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen van de bepalingen in deze verordening afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

  • 2. In de gevallen waarin deze verordening niet voorzien beslissen burgemeester en wethouders.

Artikel 13: Overgangsrecht.

  • 1. De aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die vóór de datum, van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend vallen onder de bepalingen van deze verordening.

  • 2. Op aansluitingen die op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften tot stand zijn gebracht, zijn de bepalingen van afdeling IV en afdeling V van deze verordening rechtstreeks van toepassing.

  • 3. Bij strijd van deze verordening met bepalingen in overeenkomsten gesloten tussen de gemeente en de rechthebbende, prevaleert het bepaalde in deze overeenkomsten.

Artikel 14: Citeertitel en inwerkingtreding.

Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening aansluitvoorwaarden riolering gemeente Geldrop-Mierlo 2015” en treedt in werking op de achtste dag volgend op die van haar openbare bekendmaking.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad
van de gemeente Geldrop-Mierlo d.d. 31 augustus 2015,
De raad voornoemd.
De voorzitter, De griffier,
VERORDENING AANSLUITVOORWAARDEN RIOLERING GEMEENTE GELDROP-MIERLO 2015

Toelichting

Algemeen

Inzameling en transport van afvalwater is een taak van de gemeente. Voor het uitvoeren van deze taak heeft de gemeente rioolstelsels aangelegd en zorgt de gemeente voor het beheer van deze stelsels.

Een aansluitverordening regelt de verhouding tussen burgers en de gemeente betreffende de aansluiting op het gemeentelijk rioolstelsel. In een aansluitverordening kunnen voorwaarden worden gesteld aan de wijze waarop de aansluiting op het gemeenteriool wordt verkregen. Daarnaast wordt ook geregeld wie verantwoordelijk is voor het beheer van de perceelaansluitleiding. Dit strekt tot voordeel van alle betrokken partijen, omdat er dan duidelijkheid bestaat over de verwachtingen die burgers en de gemeente van elkaar mogen hebben.

Opzet van de verordening

Uitgangspunt van deze verordening is dat voor een nieuwe aansluiting op het openbaar riool of een wijziging van de bestaande aansluiting, een vergunning is vereist. Aan het verlenen van de vergunning worden vervolgens voorwaarden gesteld. Deze voorwaarden betreffen allereerst de technische eisen waaraan de aansluiting moet voldoen. De technische eisen betreffen het leidingverloop, de afmetingen, de hoogteligging van de aansluitleiding en het materiaal ter plaatse van het aansluitpunt. Ook worden nadere voorwaarden gesteld voor het geval er een gescheiden rioolstelsel is. Dat wil zeggen dat er dan een aparte aansluiting voor een hemelwaterriool en een aparte aansluiting voor een vuilwaterriool worden aangelegd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de in het Bouwbesluit en Model Bouwverordening genoemde bouwtechnische eisen. Tenslotte zijn er voorwaarden opgenomen over onderhoud, renovatie en vervanging van de aansluiting en beëindiging van het gebruik van de aansluiting.

De Verordening Aansluitvoorwaarden Riolering Gemeente Geldrop-Mierlo 2015 vervangt de Verordening Aansluitvoorwaarden Riolering 2004. De systematiek van de verordening is gelijk gebleven.

Het gemeentelijke rioolstelsel wordt op een drietal plaatsen begrensd:

  • 1.

    Het punt waar afvalwater of overtollige neerslag wordt overgenomen van de houder (doorgaans daar waar het particuliere riool overgaat in gemeentelijk eigendom).

  • 2.

    Het punt waar afvalwater of de overtollige neerslag wordt overgedragen aan de beheerder van de zuiveringstechnische werken.

  • 3.

    Het punt waar overstortingen op het oppervlaktewater plaats vinden.

Deze verordening heeft alleen betrekking op de begrenzing van het eerst genoemde punt. Deze begrenzing, de plaats waar het particulier riool is aangesloten op de perceelaansluitleiding (de uitlegger), wordt het aansluitpunt genoemd. Het aansluitpunt wordt in de verordening gesitueerd op de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel. Burgemeester en Wethouders kunnen in de aansluitvergunning in specifieke situaties een ander aansluitpunt aanwijzen. Het zal daarbij gaan om het gedeelte van aansluitleiding dat in gemeentegrond ligt maar waarbij het eigenlijk meer voor de hand ligt dat het tot het particulier riool behoort. Bijvoorbeeld indien de gevel van het pand op of binnen 0,7 meter van de eigendomsgrens ligt en er daarom een gedeelte van het particuliere riool in gemeentegrond moet komen te liggen of indien de ontstoppingsput op verzoek van een bedrijf in gemeentegrond ligt of het regenwaterriool en vuilwaterriool niet op het particuliere perceel maar op gemeentegrond samenvoegen.

De aansluitleiding bestaat dus vanaf het hoofdriool achtereenvolgens uit de perceelaansluitleiding, het aansluitpunt en het particuliere riool. Het gedeelte van de aansluitleiding dat ligt binnen het perceel van rechthebbende is in particulier eigendom. Voor dit deel is rechthebbende verantwoordelijk. In het geval het gemeentelijk deel van de aansluitleiding (perceelaansluitleiding) wordt vervangen, wordt, indien daartoe aanleiding is, in overleg met rechthebbende, zijn deel van de aansluitleiding (particulier riool) mede vervangen.

In het systeem van de verordening is een keuze gemaakt voor een verdeling van het beheer van de aansluitleiding. Dit betekent dat de gemeente en de eigenaar elk verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van een deel van de aansluitleiding. Het deel van de aansluitleiding vanaf de perceelsgrens wordt beheerd door de gemeente, tenzij het aansluitpunt is gelegen binnen gemeente-eigendom. In het laatste geval wordt vanaf het aansluitpunt de aansluitleiding door gemeente beheerd.

Als er bijvoorbeeld een verstopping is ontstaan in het particuliere riool, dan moet de rechthebbende zelf en voor eigen rekening zorgdragen voor het verhelpen van het probleem. Dit kan bijvoorbeeld door het inschakelen van een installateur of ontstoppingsbedrijf. Is er een verstopping ontstaan in de perceelaansluitleiding door een constructief gebrek aan het deel van de aansluitleiding dat door gemeente wordt beheerd dan draagt de gemeente zorg voor de reparatie. De kosten van renovatie en vervanging van de perceelaansluitleiding zijn voor de gemeente. Indien onderhoud moeten worden uitgevoerd als gevolg van een onjuist gebruik van het riool, dan zijn de kosten voor rekening van de rechthebbende of de veroorzaker.

De aanleg van de perceelaansluitleiding geschiedt in de regel door de gemeente of door een namens de gemeente in te schakelen aannemer. Deze legt de perceelaansluitleiding aan voor rekening van de aanvrager van de vergunning. De kosten die de aanvrager moet betalen zijn in beginsel de daadwerkelijke kosten van de aanleg. Voor de eerste aansluitingen voor woningen op een gescheiden of gemengd stelsel met een bepaalde diameter wordt een bijzonder tarief gehanteerd. De tarieven worden vastgelegd door de gemeenteraad.

De verlening van de vergunning kan door de gemeente worden geweigerd indien aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting vanwege technische, juridische of milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is. In de verordening is geen uitputtende regeling opgenomen met betrekking tot weigeringsgronden voor het verlenen van de vergunning. Wel zijn situaties opgenomen die in ieder geval bezwaarlijk zijn voor het verlenen van een vergunning. Een van deze weigeringsgronden is de aansluiting van drainagewater wat in de lijn ligt van het beleid van de vierde Nota waterhuishouding. Het Gemeentelijk Rioleringsplan biedt de basis voor het weigeren van dit type lozingen.

Als een vergunningaanvraag wordt geweigerd moet deze weigering voorzien zijn van een goede motivering.

De verordening is opgebouwd uit 14 artikelen, die zijn ondergebracht in zes afdelingen. In afdeling I worden de begripsbepalingen gegeven. Afdeling II regelt de vergunning: een omschrijving van de vergunningsplicht, de aanvraag, de verlening en tot slot de gronden tot weigering.

In afdeling III komt het tot stand brengen van de aansluiting aan de orde. Hierin worden het verzoek tot aanleg of wijziging, de kosten en de uitvoering geregeld. Het onderhoud komt in afdeling IV aan de orde, de verwijdering en sloop van de aansluiting in afdeling V. De laatste afdeling tenslotte, afdeling VI, betreft de overgangs- en slot bepalingen.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

In artikel 1 worden de begripsbepalingen gegeven. Voor de uitleg van de bepalingen in de aansluitverordening en de voorschriften in een aansluitvergunning, gelden de definities van artikel 1. In de vorige paragraaf is al stilgestaan bij de begrippen perceelaansluitleiding, particulier riool en aansluitpunt. In specifieke situaties en op verzoek kan het college in de aansluitvergunning bepalen dat het aansluitpunt op een andere plaats is gelegen, bijvoorbeeld in gemeentegrond. Voor aanleg van het particulier riool zal eerst toestemming van de gemeente verkregen moeten worden.

Artikel 1 geeft ook een omschrijving van bronneringswater en drainagewater omdat ook verzoeken aan de gemeente voor (tijdelijke) lozingen van dit water onder het regime van de aansluitverordening vallen.

Niet alleen de rechthebbende kan een aansluitvergunning aanvragen. Dit kan ook de projectontwikkelaar of de gebruiker zijn. Indien de gebruiker de vergunning aanvraagt, dient de naam en het adres van de rechthebbende in de aanvraag opgenomen te worden. Hierdoor kan de rechthebbende op de hoogte van de aanvraag en vergunning worden gebracht. Als rechthebbende wordt niet alleen aangemerkt de (perceel)eigenaar maar ook de zakelijke gerechtigde van een aan te sluiten perceel. Verder is de vereniging van eigenaren als rechthebbende aangemerkt omdat bij appartementsgebouwen vaak maar één aansluitleiding aanwezig is voor het gehele gebouw. De vereniging van eigenaren wordt dan de vergunninghouder voor de betreffende aansluiting en zal vervolgens met de leden moeten regelen hoe binnen het gebouw met verstoppingen en storingen wordt omgegaan. Dit geldt ook voor de rechthebbende die zijn eigendom verhuurt. Hij dient er zelf voor te zorgen dat de huurder de voorschriften van de aansluitvergunning naleeft.

Artikel 2

In artikel 2 wordt bepaald dat aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool of wijziging van een dergelijke aansluiting, verboden is zonder vergunning. Deze vergunningsplicht voor het verkrijgen van een aansluiting op de riolering is een belangrijk uitgangspunt van de aansluitverordening. De vergunning geldt niet alleen voor de rechthebbende, maar ook voor aanvragers die geen rechthebbende zijn, bijvoorbeeld projectontwikkelaars, en voor rechtsopvolgers onder algemene en bijzondere titel van de rechthebbende ten tijde van de vergunningverlening.

In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen over het particulier riool zoals dat aanwezig moet zijn op het moment dat de aansluiting tot stand gebracht wordt. Daarnaast is het raadzaam de voor de rechthebbende geldende regels uit de verordening met betrekking tot het onderhoud, de renovatie, vervanging en sloop, expliciet in de vergunning te vermelden. Zolang de betreffende aansluiting bestaat, blijven deze voorschriften gelden. Bij wijziging van de aansluiting moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd.

In lid 2 wordt aangegeven dat Burgemeester en Wethouders alleen aansluitvergunningen verlenen voor aansluitingen die overeenstemmen met het rioolstelsel ter plaatse. Dit betekent dat er bijvoorbeeld geen vergunning kan worden verkregen voor de gemengde afvoer van hemelwater en het overige afvalwater als ter plaatse een gescheiden stelsel ligt. Maar ook bij een gemengd stelsel wordt in nieuwbouwsituaties slechts een vergunning verleend voor gescheiden afvoer. Bij toekomstige vervanging van een gemengd openbaar riool voor een gescheiden openbaar riool hoeven de perceelaansluitleidingen dan niet meer aangepast te worden. De negatieve gevolgen van vervanging van het rioolstelsel wordt op deze manier zoveel mogelijk voorkomen.

Lid 3 betreft een aanvulling op lid 2. Voor elke aansluiting afzonderlijk, bijvoorbeeld bij een gemengd stelsel voor de afvoer van vuilwater en de afvoer van hemelwater, moet een vergunning worden aangevraagd. Bij het aansluiten van een perceel op een gemengd stelsel zullen deze aansluitingen doorgaans tegelijk worden gerealiseerd zodat in dat geval de voorwaarden voor aansluitingen op dat perceel in één vergunning kunnen worden opgenomen.

Om te voorkomen dat de gemeente aansluitvergunningen verleend voor percelen waar uiteindelijk geen aansluiting tot stand wordt gebracht, kunnen Burgemeester en Wethouders, indien een jaar na de vergunningverlening geen aansluiting is gerealiseerd, de vergunning intrekken. Omdat net als een vergunningverlening de intrekking is aan te merken als een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, dient de rechthebbende in de gelegenheid te worden gesteld toe te lichten waarom nog niet tot aansluiting is overgegaan en moet de intrekking worden voorzien van een deugdelijke motivering.

Artikel 3

Artikel 3 bepaalt dat de vergunning moet worden aangevraagd bij Burgemeester en Wethouders. In principe kan een ieder de vergunning aanvragen, bijvoorbeeld de rechthebbende, de gebruiker van het bouwwerk of de projectontwikkelaar. Indien de aanvrager niet gelijk is aan de rechthebbende dient de aanvrager de naam en het adres van de rechthebbende in het aanvraagformulier op te nemen. De aanvraag moet worden ingediend met een daartoe bestemd formulier. Dit formulier is op te vragen bij de gemeente.

In het tweede lid is vastgelegd waaraan de aanvraag moet voldoen. Omdat het mogelijk is dat de gevraagde gegevens die nodig zijn om een aansluiting goed tot stand te brengen, al zijn vastgelegd in een bouwvergunning of een vergunning op grond van de Wet milieubeheer, kan de aanvrager in dat geval volstaan met een kopie van deze gegevens.

Op grond van lid 4 krijgt de aanvrager, na daarover geïnformeerd te zijn, nog vier weken de tijd om de gegevens aan te vullen indien de overlegde gegevens incompleet zijn. Als na het verstrijken van die periode de gegevens nog steeds onvolledig zijn of opnieuw een onvolledige aanvraag wordt ingediend, kunnen Burgemeester en Wethouders op basis van art. 4:5 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen.

Artikel 4

In artikel 4 is vastgelegd op welke gronden de vergunning geweigerd kan worden. In lid 1 is aangegeven dat het moet gaan om technische, juridische of milieuhygiënische weigeringsgronden. In lid 2 worden voorbeelden gegeven van mogelijke weigeringsgronden. De hoogteligging is bijvoorbeeld een technische weigeringsgrond, de lozing van niet verontreinigd drainagewater is bijvoorbeeld een milieuhygiënische grond en de verlening van andere vergunningen een juridische grond. De in lid 2 genoemde weigeringsgronden zijn niet uitputtend bedoeld en moeten worden gezien als ondersteuning van de motivering om een vergunning te weigeren. Bij een weigering wordt altijd aangegeven aan welke eisen moet worden voldaan om alsnog voor de aansluitvergunning in aanmerking te komen.

Artikel 5

Burgemeester en Wethouders moeten op grond van artikel 5 lid 1 binnen 8 weken beslissen op de aanvraag. Dit is een termijn van orde. In geval de rechthebbende voor het betreffende perceel ook nog een aanvraag voor een bouwvergunning of een Wet milieubeheer vergunning heeft lopen, wordt de aanvraag voor de aansluitvergunning aangehouden totdat deze vergunningen zijn verleend. Een weigering deze vergunningen te verlenen, vormt een directe weigeringsgrond voor de aansluitvergunning. Deze weigeringsgrond is opgenomen in artikel 4.

Artikel 7

Het bedrag dat de aanvrager voor de aanleg van de perceelaansluitleiding dient te betalen wordt op basis van de bij deze verordening vastgestelde tarievenlijst vastgesteld.

Indien al kosten voor de aansluitleiding zijn voldaan uit andere hoofde, bijvoorbeeld via gronduitgifte door gemeente, worden geen kosten berekend.

Omdat in sommige situaties ten behoeve van meerdere woningen of woningen met verschillende eigenaren één aansluitleiding wordt aangelegd, is bepaald dat in dat geval de kosten naar evenredigheid worden toegerekend.

Burgemeester en wethouders zijn niet gehouden tot feitelijke uitvoering als de kosten voor de aanleg niet zijn voldaan èn als de leges voor het behandelen van de vergunningaanvraag niet zijn voldaan. De hoogte van de leges die de gemeente hiervoor in rekening brengt, zijn vastgelegd in de legesverordening.

Artikel 8

In artikel 7 wordt bepaald dat de aanleg van de perceelaansluitleiding geschiedt door of vanwege de gemeente. De gemeente legt naast de perceelaansluitleiding in de regel ook een gedeelte van het particulier riool aan. Dit zal meestal tot één meter over de erfgrens zijn. Daarbij wordt tevens een ontstoppingsput aangelegd. In sommige gevallen zal dit niet mogelijk of gewenst zijn. In dat geval wordt in de aansluitvergunning een andere regeling opgenomen.

Op verzoek kan het college in de aansluitvergunning vastleggen dat de aanvrager of rechthebbende de perceelaansluitleiding zelf mag aanleggen. Dit gebeurt slechts onder toezicht van de gemeente. Deze mogelijkheid wordt in principe slechts gegeven aan bedrijven. Voor het houden van toezicht wordt door de gemeente kosten berekend. De aansluiting van het particulier riool op de perceelaansluitleiding wordt door de particulier zelf gerealiseerd. Om te kunnen controleren of deze aansluiting deugdelijk tot stand is gebracht, moet de rechthebbende melden dat hij de aansluiting heeft uitgevoerd, waarna het aansluitpunt nog drie werkdagen in het zicht moet blijven. In de aansluitvergunning kunnen hiervoor nadere bepalingen worden opgenomen.

Artikel 9

Artikel 9 geeft nadere regels over het beheer, onderhoud, de renovatie en vervanging. De gemeente verricht op haar eigen kosten de onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan de perceelaansluitleiding, tenzij het aannemelijk is dat de betreffende onderhouds- of herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd ten gevolge van een onjuist gebruik van de aansluitleiding door de rechthebbende of de gebruiker. In dat geval komen de kosten voor rekening van de rechthebbende. De rechthebbende moet zorgen dat de door hem gebruikte aansluiting vrij blijft van aanslag, slib, en dergelijke, waardoor op den duur de leiding verstopt kan raken. De rechthebbende is zelf verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het particuliere riool, tenzij aannemelijk is dat de noodzaak tot onderhoud is veroorzaakt door een constructief gebrek aan de perceelaansluitleiding.

Artikel 10

Artikel 10 geeft nadere regels over het handelen bij calamiteiten. In geval van een calamiteit is de normale werking van de riolering is verstoord door verstopping of een andere oorzaak. Bij een calamiteit in het particuliere riool meldt de rechthebbende of gebruiker dit bij de afdeling Ruimte, of het (ontstoppings-)bedrijf dat hiervoor door de gemeente Geldrop-Mierlo is aangewezen. Het (ontstoppings-)bedrijf graaft de controleput open en lokaliseert de plaats van de verstopping of storing. Als deze plaats in de perceelaansluitleiding is gelegen of indien de calamiteit wordt veroorzaakt door inspoeling vanuit het openbaar riool dan zijn de kosten voor onderzoek en herstel voor rekening van de gemeente. In alle andere gevallen komen de kosten voor onderzoek en herstel voor rekening van de rechthebbende of gebruiker, die dan zelf kan bepalen hoe de calamiteit wordt opgelost.

Artikel 11

In artikel 11 zijn bepalingen opgenomen over de zorg die betracht moet worden bij werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan het openbaar riool. De zorgplicht geldt zowel in het geval er sloop- of andere werkzaamheden worden uitgevoerd met een vergunning, als voor werkzaamheden die zonder vergunning worden uitgevoerd. Indien de rechthebbende deze zorgplicht niet in acht neemt, kan de gemeente uit het oogpunt van het voorkomen van schade aan het gemeentelijk riool overgaan tot het afsluiten van de aansluiting op het gemeentelijk riool. Tenzij de ernst van de situatie dit niet toelaat, zal de gemeente de rechthebbende vooraf wijzen op het niet naleven van de zorgplicht. Hiermee kan worden voorkomen dat er onnodige kosten worden gemaakt, In het derde lid is bepaald dat de rechthebbende verplicht is de definitieve beëindiging van het gebruik van een aansluitleiding aan de gemeente te melden. De gemeente kan de aansluitvergunning dan intrekken en de leiding kan worden verwijderd.

Artikel 12

Het is niet mogelijk om met de regels van de verordening in alle mogelijke situaties te voorzien. Om te voorkomen dat toepassing van de bepalingen over het verlenen van de aansluitvergunning in een concreet geval zou leiden tot een beslissing in strijd met de redelijkheid en billijkheid, is in artikel 6 een hardheidsclausule opgenomen.

Artikel 13

Omdat met het van kracht worden van de aansluitverordening juridisch een nieuwe situatie ontstaat, zijn in artikel 12 een aantal overgangsbepalingen opgenomen.

Aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die na de inwerkingtreding van de verordening nog in behandeling moeten worden genomen, worden behandeld volgens de regeling in de verordening. In lid 2 zijn op alle al bestaande aansluitingen de bepalingen met betrekking tot het beheer en onderhoud en de zorgplicht bij verwijdering en sloop uit deze verordening van toepassing verklaard. Uiteraard mag deze toepassing geen strijd opleveren met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Bij wijziging van een bestaande aansluiting bestaat uiteraard de plicht om daarvoor een aansluitvergunning te verkrijgen.

Omdat het denkbaar is dat voor het tot stand brengen van rioolaansluitingen in het verleden met perceeleigenaren overeenkomsten zijn gesloten waarin afspraken zijn gemaakt die strijd opleveren met de aansluitverordening, is in lid 3 vastgelegd dat in dergelijke situaties de bepalingen van de overeenkomst prevaleren. Het zou immers in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel als deze afspraken zomaar opzij kunnen worden gezet.