Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Gemeente Stichtse Vecht

Geldend van 17-03-2016 t/m 11-09-2017

Intitulé

BELEIDSREGELS ARTIKEL 13b OPIUMWET GEMEENTE STICHTSE VECHT

De burgemeester van Stichtse Vecht,

gelet op artikel 13b Opiumwet en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;

Overwegende:

  • -

    dat artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet de burgemeester de bevoegdheid geeft om een last onder bestuursdwang op te leggen indien in woningen of lokalen dan wel in, op of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;

  • -

    dat het feit dat de burgemeester, krachtens artikel 13b van de Opiumwet, de bevoegdheid heeft tot de oplegging van een last onder bestuursdwang inhoudende de sluiting van lokalen en woningen, het wenselijk maakt om beleid te formuleren ten aanzien van de toepassing van deze bevoegdheid;

  • -

    dat het aanbeveling verdient een beleidsregel vast te stellen omtrent de oplegging van een last onder bestuursdwang op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet ter bevordering van de rechtsgelijkheid en de rechtszekerheid;

gehoord:

de politie en het Openbaar Ministerie, in het driehoeksoverleg d.d. 14 december 2015

besluit vast te stellen de volgende:

BELEIDSREGELS ARTIKEL 13b OPIUMWET GEMEENTE STICHTSE VECHT

Deze beleidsregels hebben betrekking op de bevoegdheid tot de oplegging van een last onder bestuursdwang inhoudende de sluiting van woningen en lokalen door de burgemeester bij verkoop, aflevering of verstrekking dan wel het daartoe aanwezig zijn van drugs vanuit woningen of al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven. De maatregel die voortvloeit uit deze bevoegdheid is een herstelsanctie en is niet bedoeld als straf. Sluiting is gericht op het herstel van de situatie en het weren en terugdringen van drugshandel in georganiseerd verband in en vanuit panden. Het belang dat hiermee wordt gediend, is de bescherming van de openbare orde en veiligheid, het woon- en leefklimaat en de volksgezondheid. Het doel van de maatregel is er op gericht om bekendheid van het pand als drugspand te doorbreken en/of bekendheid van het pand in het drugscircuit teniet te doen en/of te verhinderen dat het pand (weer) wordt gebruikt ten behoeve van het drugscircuit en de georganiseerde drugshandel en herhaling van de verstoring van de openbare orde alsmede verdere aantasting van het woon- en leefklimaat te voorkomen. De toepassing van artikel 13b van de Opiumwet is gericht op het pand (locatie) en niet op de persoon of belanghebbende.

Aanpak drugspanden Stichtse Vecht

Vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid, het beschermen van het woon- en leefklimaat en de volksgezondheid treedt de gemeente Stichtse Vecht streng op tegen verkoop, aflevering, verstrekking dan wel aanwezig zijn van drugs. Om de effecten op de veiligheid en leefbaarheid aan te pakken, kan de gemeente Stichtse Vecht gebruik maken van de instrumenten uit de Wet Victoria, de Wet Damocles en de Wet Victor.

  • -

    Artikel 174a Gemeentewet (Wet Victoria) geeft de burgemeester de mogelijkheid om een woning of lokaal te sluiten wegens verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor bijvoorbeeld indien er sprake is van illegale verkoop van drugs. Er zijn echter panden van waaruit in drugs wordt gehandeld zonder dat dit voor verstoring van de openbare orde zorgt. Daar voorziet artikel 13b Opiumwet in.

  • -

    Artikel 13b Opiumwet (Wet Damocles) geeft de burgemeester de mogelijkheid om bestuursrechtelijk te handhaven indien in woningen of lokalen dan wel in, op of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Het aantonen van overlast is geen voorwaarde bij het toepassen van artikel 13b Opiumwet.

  • -

    Art. 14 Woningwet (Wet Victor) regelt het traject na sluiting van een pand en maakt het mogelijk om het beheer van een pand over te nemen (artikel 14 Woningwet) en daarna eventueel te onteigenen (artikel 77 Onteigeningswet).

Met de invoering van het vernieuwde artikel 13b Opiumwet per 1 november 2007 kunnen alle drugspanden aangepakt worden, dus ook woningen. De burgemeester kan bestuursdwang toepassen als drugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is, vanuit woningen of lokalen en daarbij behorende erven. Het aantonen van overlast is niet vereist voor het toepassen van artikel 13b Opiumwet; de toepassing van artikel 13b Opiumwet kan wel leiden tot vermindering van overlast.

Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om de zinsnede ‘daartoe aanwezig is’ in artikel 13b eerste lid Opiumwet zo uit te leggen dat de burgemeester al bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen indien in een pand een handelshoeveelheid drugs aanwezig is. Om te bepalen wanneer sprake is van een ‘handelshoeveelheid’ wordt aangesloten bij de door het Openbaar Ministerie toegepaste criteria, waarbij een hoeveelheid harddrugs van maximaal 0,5 gram en een hoeveelheid softdrugs van maximaal 5 gram als hoeveelheden voor eigen gebruik worden aangemerkt. Bij overschrijding van de hoeveelheid die bestemd is voor eigen persoonlijk gebruik, wordt aangenomen dat de drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe voorhanden zijn. Het tegendeel dient aannemelijk te worden gemaakt.

Overigens is voor de toepassing van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet niet vereist dat zich daadwerkelijk drugsgerelateerde overlast in de omgeving voordoet, nu deze bepaling primair ziet op het tegengaan van drugshandel.

Afbakening en afstemming

Deze beleidsregels zijn van toepassing op de uitoefening van de in artikel 13b Opiumwet neergelegde bevoegdheid van de burgemeester tot het opleggen van een last onder bestuursdwang bij panden indien er sprake is van verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezig zijn van drugs,ten aanzien van:

  • -

    voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven;

  • -

    niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven en;

  • -

    woningen en bijbehorende erven.

Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op coffeeshops. Conform het Coffeeshopbeleid gemeente Stichtse Vecht 2011 (in werking getreden op 2 juni 2011) worden coffeeshops in de gemeente Stichtse Vecht niet gedoogd.

Tweesporenbeleid: strafrechtelijk én bestuursrechtelijk

Bij de aanpak van handel in drugs, in het bezit zijn van drugs en het gebruik van drugs kunnen strafrechtelijke maatregelen en bestuurlijke maatregelen ingezet worden (tweesporenbeleid).

Strafrechtelijke sancties richten zich op de bij de verkoop betrokken personen. Het beëindigen of het

opheffen van de (georganiseerde) handel in drugs wordt daarmee niet per definitie bereikt.

Bestuursrechtelijke maatregelen richten zich bij overtreding van de Opiumwet op de betrokken woningen of lokalen, waardoor beëindigen of het opheffen van de illegale situatie kan worden bereikt.

Het moment van inbeslagname van drugs en het effectueren van de bestuursrechtelijke maatregelen

kan enige tijd uit elkaar liggen, nu de eisen van zorgvuldigheid bij het toepassen van bestuursdwang

in acht genomen moeten worden. Dit betekent niet dat er na inbeslagname geen reden meer is

bestuursrechtelijke maatregelen, zoals een last onder bestuursdwang, op te leggen.

De burgemeester is bevoegd

De bevoegdheid van de burgemeester tot toepassen van artikel 13b Opiumwet betreft een discretionaire bevoegdheid. Dat wil zeggen dat deze bevoegdheid gebruikt wordt na een belangenafweging. In deze beleidsregel wordt vastgelegd op welke wijze de burgemeester met deze discretionaire bevoegdheid omgaat. Het kan zijn dat zich omstandigheden voordoen waarin het volgen van het beleid onredelijke gevolgen heeft. In die gevallen kan de burgemeester gemotiveerd afwijken of afzien van het toepassen van de beleidsregels. Er kan ook sprake zijn van verzwarende omstandigheden, die aanleiding geven om eerder over te gaan tot het opleggen van een last onder bestuursdwang inhoudende een sluiting. Indien er verzwarende omstandigheden zijn, is het aannemelijk dat er sprake is van een ernstige situatie, bijvoorbeeld als aanwijzingen zijn dat de aangetroffen drugs voor drugshandel in georganiseerd verband bestemd zijn. Zie hiervoor de jurisprudentie van de Raad van State. De belangrijkste feiten en omstandigheden die kunnen worden aangemerkt als verzwarende omstandigheden, staan vermeld in de indicatorenlijst op pagina 6 van het handhavingsarrangement.

Last onder bestuursdwang

Het opleggen van een last onder bestuursdwang op basis van artikel 13b Opiumwet is nader uitgewerkt in titel 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht, en betreft een herstelsanctie. Een herstelsanctie, in dit geval het opleggen van last onder bestuursdwang, is een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding (artikel 5:2, eerste lid onder b Awb).

Bij het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt een begunstigingstermijn gegeven waarbinnen de overtreder de gelegenheid krijgt om de woning of het lokaal te ontruimen en te sluiten. De termijn is gesteld op 48 uur om de ontruiming uit te voeren en de overtreding te beëindigen. Indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, zal de burgemeester overgaan tot feitelijk handelen door te ontruimen en te sluiten. Door zelf uitvoering te geven aan de last onder bestuursdwang, kan de overtreder voorkomen dat de burgemeester feitelijke bestuursdwang toepast. Hiermee wordt de sluitingsbevoegdheid van de burgemeester niet aangetast. De sluiting is feitelijk van aard en brengt met zich mee dat niemand de woning of het lokaal mag betreden. Op grond van artikel 2:41, tweede lid van de Algemene plaatselijke verordening (APV) Stichtse Vecht 2014 is het verboden een pand en een daarbij behorend erf te betreden dat op grond van artikel 13b Opiumwet is gesloten.

In de gemeente Stichtse Vecht wordt er in beginsel voor gekozen het gehele pand (woning of lokaal) te sluiten, omdat op die manier direct een einde wordt gemaakt aan de illegale situatie. Tevens wordt door sluiting de bekendheid van het pand in het drugscircuit doorbroken. Een eventuele uitzondering wordt gemaakt in geval van kamerverhuur. Bij recreatiewoningen waarvan is vastgesteld dat deze niet (langer) voor woondoeleinden gebruikt werden, geldt dat deze voor de toepassing van deze beleidsregels worden gelijkgesteld met lokalen (niet zijnde woningen).

Bij het sluiten van woningen dient in de belangenafweging meegenomen te worden dat de maatregel

van sluiting er niet toe mag leiden dat het recht op respect voor het privéleven, het familie- en gezinsleven en woning onevenredig wordt aangetast (Artikel 8 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, hierna te noemen ‘EVRM’). Hierin wegen de belangen van de bewoner zwaar mee. Voor bewoner(s) kan sluiting van een woning een aantasting van een fundamenteel grondrecht zijn. Anderzijds moet ook bedacht worden dat juist als het om woningen gaat, de impact van drugshandel op de omgeving/ omwonenden groot is en een dergelijke inmenging in de persoonlijke levenssfeer gerechtvaardigd is indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van strafbare feiten en het herstel van het woon- en leefklimaat van omwonenden.

Toepassing van de maatregel moet zorgvuldig gebeuren, zeker als sprake is van (mogelijk) verblijf van minderjarige(n) in de woning. Minderjarige(n) dienen ook beschermd te worden tegen blootstelling aan dergelijke situaties, daarom zal in gevallen dat er minderjarige(n) betrokken zijn een zorgmelding worden gedaan bij de Raad voor de kinderbescherming.

Gezien de effecten van de handel in en het gebruik van drugs vanuit een pand op het openbare leven, geniet feitelijk handelen de voorkeur boven het opleggen van een last onder dwangsom.

Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (WKPB)

Het besluit tot sluiting van een woning of lokaal op grond van artikel 13b Opiumwet wordt geregistreerd en gepubliceerd in de zin van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (WKPB). Het WKPB-register houdt deze publiekrechtelijke beperking bij. Indien de sluiting wordt opgeheven, wordt dit ook aangepast in het WKPB-register.

Natraject

Na afloop van de sluitingstermijn vindt in overleg met de eigenaar en bewoner(s) een overdracht van

de woning of het lokaal plaats. Is er ernstige vrees voor herhaling van de verstoring van de openbare

orde dan komt het betreffende pand in aanmerking voor een verlenging van de duur van de sluiting.

De betrokkenen worden bij mogelijke verlenging opnieuw gehoord. Een andere mogelijkheid is het

opleggen van een (preventieve) last onder dwangsom indien de gerechtvaardigde vrees op herhaling

bestaat.

Soms is sluiting niet voldoende en zijn aanvullende maatregelen nodig om de leefbaarheid rond het

gesloten pand te herstellen. De Woningwet regelt het natraject van onder andere een sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. De Wet Victor maakt het mogelijk om het beheer van een pand over te nemen (artikel 14 Woningwet) en daarna eventueel te onteigenen (artikel 77 Onteigeningswet). Het besluit tot beheer wordt genomen door het College van burgemeester en wethouders.

HANDHAVINGSARRANGEMENT

Rolverdelinghandhaving (niet limitatief)

De regie van de bestuursrechtelijke handhaving en de coördinatie van de uitvoering daarvan ligt bij de gemeente.

De gemeente heeft bestuursrechtelijk de volgende taken:

  • 1.

    het uitvoeren van de handhavingsrichtlijn;

  • 2.

    het toepassen van bestuursdwang indien opportuun;

  • 3.

    het sluiten en verzegelen van het object indien door de eigenaar niet tot sluiting wordt overgegaan.

De regie op de strafrechtelijke handhaving ligt bij het Openbaar Ministerie en kan deze handhaving toepassen:

  • 1.

    bij voldoende bewijskracht in het proces-verbaal en indien het opportuun is kan vervolging van strafbare feiten plaatsvinden;

  • 2.

    wanneer dwangmiddelen (doorzoekingen of voorlopige hechtenis) worden toegepast indien dit opportuun is en er wettelijke bevoegdheden zijn;

  • 3.

    bij het leiden van opsporingsonderzoeken.

De politie heeft bij constatering de volgende taken:

  • 1.

    Constatering overtreding

  • 2.

    Opmaken proces-verbaal

  • 3.

    Melding aan burgemeester + verstrekken van schriftelijke informatie door de politie (zoals het toesturen van een bestuurlijke rapportage, Hennep Informatie Bericht of algemeen informatierapport)

Harddrugs danwel softdrugs in een handelshoeveelheid in een al dan niet voor het publiek toegankelijk lokaal (niet zijnde een woning):

Constatering

1e overtreding

2e overtreding binnen 5 jaar

3e overtreding binnen 5 jaar

Verkoop van dan wel aanwezigheid van een handelshoeveelheid softdrugs in een lokaal en, of op een bijbehorend erf

Sluiting voor een periode van 6 maanden

Sluiting voor een periode van 12 maanden

Sluiting voor onbepaalde tijd

Verkoop van dan wel aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs in een lokaal en, of op een bijbehorend erf

Sluiting voor een periode van 12 maanden

Sluiting voor onbepaalde tijd

N.v.t.

Sluiting van een openbare gelegenheid, zoals een horecagelegenheid, op basis van deze beleidsregel kan leiden tot intrekking van de vergunning op grond van artikel 5, eerste lid van het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999. Leidinggevenden (ondernemers, bedrijfsleider, beheerders) van de betreffende openbare gelegenheid zijn dan gedurende de eerstvolgende vijf jaar niet meer gerechtigd op te treden als leidinggevende in de openbare gelegenheid waarvoor de vergunning is ingetrokken.

Harddrugs danwel softdrugs in een handelshoeveelheid in een woning:

Constatering

1e overtreding

2e overtreding binnen een periode van 5 jaar

3e overtreding binnen een periode van 5 jaar

4e overtreding binnen een periode van 5 jaar

Verkoop van dan wel aanwezigheid van een handelshoeveelheid softdrugs in een woning en, of op een bijbehorend erf

Schriftelijke waarschuwing

Sluiting voor een periode van 3 maanden

Sluiting voor een periode van één jaar

Sluiting voor onbepaalde tijd (eventueel met inzet van de wet Victor, artikel 14 Woningwet)

Verkoop van dan wel aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs in een woning en, of op een bijbehorend erf

Sluiting voor een periode van 3 maanden

Sluiting voor een periode van één jaar

Sluiting voor onbepaalde tijd (eventueel met inzet van de wet Victor, artikel 14 Woningwet)

N.v.t.

Feiten en omstandigheden kunnen aanleiding geven hier van af te wijken en direct tot sluiting over te gaan. De burgemeester motiveert in dat geval waarom wordt afgeweken van het beleid.

De belangrijkste feiten en omstandigheden, staan in onderstaande indicatorenlijst vermeld. De indicatorenlijst heeft een alternatief en geen cumulatief karakter. De indicatorenlijst is nadrukkelijk een hulpmiddel. Voor toepassing van de maatregel moet uiteraard altijd eerst gekeken worden of voldaan wordt aan de criteria van artikel 13b Opiumwet en de voorwaarden zoals gesteld in dit beleid.

Indicatorenlijst

  • 1.

    De hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet, met daarin overzichten van de soorten drugs. Er moet minimaal sprake zijn van een hoeveelheid die duidt op beroeps- of bedrijfsmatige handel. Lijst I van de Opiumwet bevat een overzicht van harddrugs. Het bezit van meer dan 0,5 gram harddrugs wordt aangemerkt als een handelsvoorraad en is strafbaar gesteld als een misdrijf. Lijst II van de Opiumwet bevat een overzicht van softdrugs. Bezit van softdrugs is tot 30 gram een overtreding, maar minder dan 5 gram wordt gedoogd. Bezit van meer dan 30 gram softdrugs wordt aangemerkt als handelsvoorraad en is een misdrijf. Indien sprake is van een dergelijke hoeveelheid kan op grond van de jurisprudentie aangenomen worden dat het gaat om handel en hoeft er geen sprake te zijn van daadwerkelijke verkoop, aflevering of verstrekking. Daarnaast kan er sprake zijn van andere signalen die duiden op beroeps- of bedrijfsmatigheid, zoals de aanwezigheid van verpakkingsmateriaal, grote som(men) (handels) geld, weegschaal, assimilatielampen e.d.);

  • 2.

    de mate waarin de woning gebruikt wordt bij de drugshandel in georganiseerd verband en/of andere strafbare feiten.

  • 3.

    er is sprake van gewelds- of andere openbare orde delicten;

  • 4.

    er is sprake van één of meer (vuur)wapen(s)/verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie;

  • 5.

    er is een vermoeden van betrokkenheid van de bewoner(s)/betrokkene(n);

  • 6.

    er is een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten (hierbij moet met name gedacht worden aan antecedenten t.a.v. de Opiumwet of de Wet Wapens en Munitie, maar ook antecedenten op het gebied van geweld jegens personen of zaken, zoals mishandeling, bedreiging, vernieling of diefstal e.d. kunnen een rol spelen);

  • 7.

    er is sprake van recidive;

  • 8.

    er is sprake van een combinatie van middelen als bedoeld in lijst I en lijst II Opiumwet;

  • 9.

    de mate van gevaar voor de omgeving, mate van risico voor omwonenden;

  • 10.

    de mate van overlast;

  • 11.

    aannemelijkheid dat de woning niet overeenkomstig de woonfunctie wordt gebruikt;

  • 12.

    aannemelijkheid dat behalve de woning of het daarbij behorende erf nog één of meer locaties betrokken is/zijn bij drugshandel in georganiseerd verband of als aanwezigheid van drugs hierop duidt of;

  • 13.

    overige feiten of omstandigheden die duiden op drugshandel in georganiseerd verband.

Hardheidsclausule

In beginsel wordt er overeenkomstig de bovenstaande beleidsregels besloten. De burgemeester kan op basis van feiten en omstandigheden in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de maatregelen zoals deze zijn vastgesteld in het onderhavig beleid.

Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Stichtse Vecht 2016.

Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking.

Aldus vastgesteld op 1 maart 2016 door de burgemeester van Stichtse Vecht,

M.J.D. Witteman

Toelichting behorende bij ‘Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Stichtse Vecht

Onderscheid lokalen en woningen

Doordat de sluiting bij woningen ernstiger ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene(n), wordt in het handhavingsarrangement onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. Het recht op ongestoord woongenot (artikel 8 ‘EVRM’) rechtvaardigt een minder vergaande aanpak ten aanzien van woningen.

Lokalen

Lokalen zijn alle niet voor woning bestemde gebouwen en ruimten met bijbehorende erven, een voor bewoning bestemde ruimte die niet gebruikt wordt als woning, zowel voor publiek toegankelijke lokalen en niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven. Bij lokalen waar drugs is gevonden, wordt na de eerste overtreding direct overgegaan tot het toepassen van een last onder bestuursdwang.

Woningen

De wetgever heeft ervan afgezien het begrip woning in de Opiumwet te definiëren. De burgemeester

verstaat in het kader van onderhavige beleidsregels onder woning een voor bewoning gebruikte ruimte (blijkend uit de Basisregistratie Personen (BRP)). Hieronder worden bijvoorbeeld ook stacaravans, woonschepen, woonwagens, etc. verstaan. Een persoon die incidenteel overnacht in een woning en niet op dit adres in de BRP staat ingeschreven, wordt niet aangemerkt als bewoner.

Overige bewoners

Als er sprake is van een woning waarin kamerverhuur plaatsvindt en de handel in drugs in één van de verhuurde kamers is geconstateerd dan kan een gedeeltelijke sluiting van de woning worden overwogen. Gelet op het bepaalde in artikel 8 van het EVRM (recht op ongestoord woongenot) zal er, indien tot een sluiting wordt besloten, tevens aandacht dienen te zijn voor de vraag of voor een bewoner (huurder) vervangende woonruimte aangeboden dient te worden. Gelet op het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind behoeft dit extra aandacht indien er kinderen bij de situatie betrokken zijn.

Binnentreden

Voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is een schriftelijke machtiging vereist. Op basis van de Awb is het bestuursorgaan dat een last onder bestuursdwang toepast bevoegd tot het geven van een dergelijke machtiging. In het geval van artikel 13b Opiumwet is aan de burgemeester de bevoegdheid toegekend tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. De burgemeester kan een schriftelijke machtiging verlenen.

Niet betreden

Na de sluiting is het verboden de woning of het lokaal te betreden op basis van artikel 2:41, tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening Stichtse Vecht 2014.

Zorgvuldigheid

Voorafgaand aan het besluit tot toepassing van een last onder bestuursdwang worden betrokkenen

(bewoner en eigenaar) in de gelegenheid gesteld hun zienswijze kenbaar te maken. De burgemeester maakt van zijn bevoegdheid tot sluiten pas gebruik als er geen ander, minder ingrijpend, middel voorhanden is om de overlast te bestrijden. Een adviseur openbare orde en veiligheid vervult een coördinerende rol in het proces van het aanpakken van drugspanden. De adviseur houdt een dossier bij over het pand ten aanzien waarvan situaties zijn geconstateerd waarop deze beleidslijn ziet. Bij het inzetten van de procedure op basis van artikel 13b Opiumwet, voert de adviseur nauw overleg met de politie ten aanzien van het dossier. De politie zorgt vervolgens voor het aanleveren van een dossier aan de burgemeester met het verzoek tot sluiting van het drugspand.

Handelsvoorraad drugs

Lijst I van de Opiumwet bevat een overzicht van harddrugs (amfetaminen, ketaminen, cocaïne, heroïne, etc.). Het bezit van meer dan 0,5 gram harddrugs wordt aangemerkt als een handelsvoorraad en is strafbaar gesteld als een misdrijf.

Lijst II van de Opiumwet bevat een overzicht van softdrugs (hennep, hasjiesj, paddo’s, etc.). Bezit van softdrugs is tot 30 gram een overtreding, maar minder dan 5 gram wordt gedoogd. Bezit van meer dan 30 gram softdrugs wordt aangemerkt als handelsvoorraad en is een misdrijf.

Overtreder betaalt

Ingevolge artikel 5:25 van de Awb geschiedt de toepassing van een last onder bestuursdwang op kosten van de overtreder. In de last onder bestuursdwang wordt dit aan de overtreder medegedeeld. De kosten van voorbereiding van de last onder bestuursdwang zijn ook verschuldigd, voor zover als gevolg van het alsnog uitvoeren van de last onder bestuursdwang geen last onder bestuursdwang is toegepast. Het kan voorkomen dat zaken worden meegevoerd en opgeslagen om de last onder bestuursdwang toe te kunnen passen, als bedoeld in artikel 5:29 van de Awb. Zolang de verschuldigde kosten niet zijn voldaan, kan de teruggave van deze zaken opgeschort worden.

Bijzondere gevallen

Indien zich een spoedeisende situatie voordoet, kan de burgemeester besluiten bestuursdwang toe te passen zonder voorafgaande last, zie hiervoor artikel 5:31, eerste lid, van de Awb. Artikel 5:31, tweede lid, van de Awb geeft het geval dat zelfs een situatie zo spoedeisend is dat een besluit niet kan worden afgewacht. In dat bijzondere geval wordt zo spoedig mogelijk nadien alsnog een besluit bekend gemaakt.