Beleidsregel toetsingskader visplannen 2012

Geldend van 21-11-2012 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel toetsingskader visplannen 2012

Dijkgraaf en hoogheemraden hebben op 13 november 2012 besloten vast te stellen de volgende Beleidsregel

Kader

Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) is als waterkwaliteitsbeheerder verantwoordelijk voor het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. De visstand maakt hier deel van uit en is zowel een indicator als beïnvloeder van de ecologische kwaliteit van wateren. HHSK streeft naar een natuurlijke, gezonde en gevarieerde visstand die zichzelf duurzaam in stand kan houden. Achtergronden van het beleid zijn vastgelegd in de Kadernota vis 2011-2015.

Het visserijbeheer (het wegvangen en uitzetten van vis) dat sport- en beroepsvissers conform de Visserijwet uitvoeren, beïnvloedt de visstand. In de Keur staat dat het verboden is vis uit te zetten of te onttrekken in oppervlaktewaterlichamen, anders dan op basis van een visplan. Visplannen zijn de verantwoordelijkheid van de visrechthebbenden en worden ter goedkeuring ingediend bij het bestuur van HHSK.

Keur

Op grond van hoofdstuk 2, van de Keur artikel 2.1 eerste tot en met vijfde lid, is het verboden om vis uit te zetten of te onttrekken in oppervlaktewaterlichamen, anders dan op basis van een door het bestuur goedgekeurd visplan. Vanaf 1 januari 2013 zijn visplannen verplicht.

Begripsbepaling

Visplannen zijn visserijtechnische uitwerkingen van het huidige en het voorgenomen visserijbeheer. In visplannen die opgesteld worden door visrechthebbenden (en eventueel houders van schriftelijke toestemmingen) wordt minimaal het uitzetten en onttrekken van vis in een waterhuishoudkundig logisch gekozen deelgebied (bijvoorbeeld bemalingsgebied of polder) omschreven. Afstemming op de doelstellingen en (beheer)maatregelen van het hoogheemraadschap en onderbouwing vormen onderdeel van het visplan.

Toepassingsgebied

Deze beleidsregel is van toepassing op alle wateren (oppervlaktewaterlichamen) in het beheergebied van HHSK waar visrechthebbenden het voornemen hebben vis uit te zetten of te onttrekken. De visplannen worden door de visrechthebbenden, bij voorkeur in VBC-verband, voor waterhuishoudkundig logische deelgebieden opgesteld. Wanneer meerdere visrechthebbenden in eenzelfde deelgebied vissen, is bijvoorkeur in VBC-verband, onderlinge afstemming nodig over voorgenomen uitzettingen en onttrekkingen.

Raakvlakken met andere wet- en regelgeving

De beleidsregel heeft raakvlakken met andere wetgeving ter bescherming van de waterkwaliteit zoals de Waterwet, Kaderrichtlijn water (KRW), Wet milieubeheer en de Flora- en faunawet. Voor de visstand en de bescherming ervan zijn regelingen terug te vinden in de Visserijwet, de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren, de Flora- en faunawet en het Nationaal Aalbeheerplan. De aalvisserij maakt vooralsnog geen (verplicht) onderdeel uit van visplannen. Bijvangst met aalvistuigen is echter wel een onderdeel van het visplan. Voor de regulering van de aalvisserij zijn de bepalingen in het Nationaal Aalbeheerplan leidend.

Doel van het beleid

Het doel van deze beleidsregel is het beschermen van de waterkwaliteit en het ecologisch functioneren van de oppervlaktewaterlichamen door het voorkomen van negatieve effecten van visuitzettingen en onttrekkingen. In dit voorlopig toetsingskader visplannen wordt aan visrechthebbenden bekend gemaakt welke informatie in visplannen minimaal nodig is zodat HHSK kan beoordelen of het plan voldoet en in lijn is met de waterkwaliteitsdoelstellingen. Ook worden toetsingscriteria en enkele aanvullende randvoorwaarden gesteld.

Motivering van het beleid

Hoofdlijnen van toe te passen afweging

Mede op grond van de KRW is het waterschap verantwoordelijk voor een goede ecologische waterkwaliteit waarvan een gezonde visstand deel uit maakt. Het visserijbeheer (het wegvangen en uitzetten van vis) dat sport- en beroepsvissers conform de Visserijwet uitvoeren, beïnvloedt de visstand en het ecologisch functioneren van het watersysteem. HHSK streeft naar een natuurlijke, gezonde en gevarieerde visstand die past bij de nagestreefde ecologische waterkwaliteitsdoelen en functies en een visstand die zichzelf duurzaam in stand kan houden (zie Kadernota vis 2011-2015).

Het hoogheemraadschap heeft waterkwaliteitsdoelen voor wateren vastgesteld in het Waterbeheerplan 2010-2015. Er gelden gedifferentieerde doelen. Voor de KRW waterlichamen geldt het Goed Ecologisch Potentieel (GEP) als ecologische doelstelling. Voor de overige wateren zijn STOWA klasse III en gebiedsgerichte doelen vooralsnog het uitgangspunt voor de ecologische kwaliteit.

Het hoogheemraadschap toetst de visplannen volgens criteria zoals in deze beleidsregel zijn opgenomen. Achtergronden hiervan zijn het stand-still beginsel, de zorgplicht conform de Waterwet en het voorkomen van achteruitgang volgens artikel 5.2. lid 4 Wet Milieubeheer en het beleid zoals is opgenomen in het Waterbeheerplan 2010-2015.

De visstand wordt beïnvloed door tal van factoren zoals weersinvloeden en fluctueert in de tijd. HHSK ziet de beoordeling van visplannen als maatwerk waarbij rekening wordt gehouden met de plaatselijke omstandigheden in het deelgebied.

Aan te leveren informatie

In een visplan wordt de informatie die voor de visserij belangrijk is, verzameld, geordend en gepre­sen­teerd. Daardoor wordt het doen en laten van de visrechthebbenden onderling transparant, zowel voor de beroep- als de sportvissers als ook voor HHSK. Aan de hand van het visplan wordt zichtbaar gemaakt dat de huidige en beoogde visserij passend is bij de waterkwaliteitsdoelstellingen.

Om te kunnen vaststellen of visplannen in lijn zijn met de doelen van HHSK (zowel voor overige wateren als voor KRW-waterlichamen) bevat het visplan informatie over de huidige en geplande mate van onttrekking en uitzetting door beroeps- en sportvisserij, gekoppeld aan de locaties waar dit gebeurt.

Daarnaast is inzicht nodig in het huidige en voorgenomen visserijkundig gebruik waarmee de betreffende visserijonttrekking wordt gerealiseerd (hoe wordt de visserij uitgevoerd en met welke en hoeveel vistuigen en op welke locaties?). Deze informatie is noodzakelijk voor de toetsing door HHSK. De aan te leveren informatie is opgenomen onder de voorschriften.

Verwijzing naar een aanwezige Algemene regel die ook van toepassing is voor dit thema

Voor deze activiteit is geen algemene regel van toepassing.

Toetsing

Toetsingscriteria visplannen.

Onttrekking of uitzetting van vis kan worden toegestaan indien deze passend is bij de hoofddoelstelling van het visbeleid: een natuurlijke, gezonde en gevarieerde visstand die past bij de nagestreefde ecologische waterkwaliteitsdoelen en functies en die zichzelf duurzaam in stand kan houden.

De informatie over het voornemen van visuitzettingen en visonttrekkingen wordt door HHSK getoetst. HHSK toetst voor alle wateren aan de volgende criteria:

  • 1.

    Geen achteruitgang: de voorgenomen uitzetting of onttrekking mag niet leiden tot een onacceptabele achteruitgang van de visstand of de ecologische waterkwaliteit ten opzichte van de huidige actuele situatie.

  • 2.

    De verwachte of geplande prognoses voor herstel van het watersysteem mogen niet worden verstoord. De effecten van eerdere maatregelen en herstelprognoses mogen niet ongedaan worden gemaakt.

  • 3.

    Niet afwentelen: de visserij mag geen onacceptabel negatief effect hebben op boven- of benedenstrooms/andere peilgebieden gelegen wateren of nadelige gevolgen voor derden.

  • 4.

    Er wordt bij de toetsing rekening houden met medegebruik of waardevolle elementen (specifieke functies zoals natuur, ecologische verbindingszones, zwemwater). 

Visserij conform zorgplicht

Op handelingen in het watersysteem is de zorgplichtbepaling uit de Keur van toepassing. Deze bepaling geldt daarmee ook voor de visserij. Verder is het vanzelfsprekend dat de geldende wet- en regelgeving wordt nageleefd (o.a. Visserijwet, Flora- en faunawet, Waterwet, Wet milieubeheer en de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren en het Nederlandse Aalbeheerplan).

Voorschriften

  • 1.

    Ingediende visplannen moeten volledige gegevens bevatten over de huidige en voorgenomen onttrekking en uitzetting van vis en beoogde effecten hiervan. Visplannen zijn maximaal 3 jaar geldig. Bij wijzigingen in de uitvoering van de visserij moet een aangepast plan worden ingediend. Dit aangepaste plan heeft een geldigheidsduur van maximaal drie jaar, die ingaat vanaf de goedkeuringsdatum van het plan.

  • 2.

    De volgende informatie moet minimaal opgenomen worden in het visplan:

Bij visrechten aangeven wie waar vist, op welk visrecht en met welke bijzondere voorwaarden. (een visrechtenkaart of tabel op basis van huurovereenkomsten en/of gegevens Kamer voor de Binnenvisserij en visrechtgegevens van eigendommen van HHSK). Ondertekening van het visplan door alle visrechthebbenden (en houders van een schriftelijke toestemming voor gebruik beroepsvistuigen) Visplannen worden bijvoorkeur in VBC verband opgesteld en gezamenlijk ondertekend.

Bij huidig visserijgebruik: de locatie omschrijven en op een kaart aangeven.

Sport: aantal vissers per jaar (orde grootte) en relatieve verdeling over sportvistypen aangeven evenals schattingen/tellingen door gebiedskenner/ sportvisserij. Ook het aantal wedstrijden en deelnemers per jaar door sportvisserij (wedstrijdadministratie).

Beroep: Indicatie van de aantallen gebruikte vistuigen per soort vistuig per jaar. Beroepsvissers geven dit aan op basis van hun administratiegegevens.

Bij voorgenomen visserijgebruik: benoemen of er wijzigingen zijn of worden voorzien of verwacht t.o.v. het huidige visserijgebruik.

Bij huidige visuitzetting: uitzettingen van de afgelopen jaren (tot maximaal 5 jaar terug in de tijd): aantal of gewicht per vissoort per jaar + indicatie van de gemiddelde uitzetgroottes, + locatie + herkomst van de uitgezette vissen.

Bij voorgenomen visuitzetting: geplande uitzettingen: beoogde hoeveelheid (aantal of gewicht) uit te zetten vis per soort per jaar per lengteklasse +locatie +herkomst van de uit te zetten vissen. In aantallen/ha of kg/ha per vissoort per jaar per lengteklasse.

Bij huidige visonttrekking:

Sport: kwalificatie visonttrekking per vissoort per jaar (verwaarloosbaar/gering/ substantieel) voor het gehele VBC gebied; of als gebied in verschillende deelgebieden uiteen valt, of wanneer onttrekking van gebied tot gebied verschilt: per deelgebied. Schattingen door sportvisserij. Gegevens per waterhuishoudkundig begrensd deelgebied (bijvoorbeeld bemalinggebied of polder). Locaties op een kaart aangegeven. Indeling van de deelgebieden in overleg met HHSK. Afstemming over de toe te passen schattingsmethode bijvoorkeur in VBC verband.

Beroep: totaal gewicht per vissoort per jaar per deelgebied, of wanneer onttrekking zeer van gebied tot gebied verschilt: per deelgebied/locatie. Geaggregeerde gegevens op basis van vangstregistraties. Indien vangstgegevens ontbreken dan moeten deze worden geschat (beroepsvissers). Gegevens per waterhuishoudkundig begrensd deelgebied (bijvoorbeeld bemalinggebied of polder). Indeling van de deelgebieden in overleg met HHSK.

Bij voorgenomen visonttrekking: benoemen of er wijzigingen zijn of worden voorzien of verwacht t.o.v. de huidige visonttrekking. Bij toename visonttrekking: totaal gewicht per vissoort per jaar per deelgebied of locatie benoemen.

Effect voorgenomen onttrekking: kwalitatieve beschrijving opnemen van het beoogde effect van de onttrekking op de huidige visstand en populatieopbouw. Bij een toename van de onttrekking moet het beoogde effect van de onttrekkingen (bijvoorkeur in VBC verband) door de visrechthebbenden per waterhuishoudkundig begrensd deelgebied (bijvoorbeeld bemalinggebied of polder) worden beschreven. Het beoogde effect op de visstand en populatieopbouw inschatten aan de hand van een kwalitatieve rekenmethode.

Effect voorgenomen uitzetting: kwalitatieve beschrijving geven van het beoogde effect van de uitzetting op de huidige visstand en populatieopbouw en de toekomstige bezetting na uitzetting. Het beoogde effect van uitzetting wordt (bijvoorkeur in VBC verband) door de visrechthebbenden per waterhuishoudkundig begrensd deelgebied beschreven (bijvoorbeeld bemalinggebied of polder). Het beoogde effect op de visstand en populatieopbouw inschatten aan de hand van een kwalitatieve rekenmethode waarbij ook de toekomstige bezetting na uitzetting wordt opgenomen.

  • 3.

    Visrechthebbenden stemmen (bijvoorkeur in VBC- verband) hun visuitzettingen en onttrekkingen af, indien meerdere visrechthebbenden in hetzelfde waterhuishoudkundig begrensd gebied actief zijn. Het totale effect van de voorgenomen visserij wordt per waterhuishoudkundig deelgebied beschreven.

  Randvoorwaarden uitzettingen:

  • -

    Uitzetting van vis mag niet leiden tot een onevenwichtige visstand of populatieopbouw van vissoorten.

  • -

    Visuitzettingen mogen geen schade aan waterstaatswerken of de leefomgeving veroorzaken (waterkeringen, oevers, talud, waterbodem).

  • -

    Alleen soorten die van nature thuishoren in het betreffende watersysteem (inclusief ingeburgerde soorten) mogen worden uitgezet.

  • -

    Bij uitzettingen moet een certificaat/bewijs worden overlegd om aan te tonen dat er alleen gezonde vis (vrij van parasieten en ziekten) wordt uitgezet.

Randvoorwaarden onttrekkingen:

  • -

    Onttrekking van vis mag niet leiden tot een onevenwichtige visstand of populatieopbouw van vissoorten.

  • -

    Belemmeringen van vrije vismigratie door gebruik van actieve of passieve vangtuigen is niet toegestaan.

  • -

    Gebruik/inzet van vangtuigen (inclusief hengelsportvangtuigen) in boezemwateren en hoofdwatergangen is niet toegestaan binnen een afstand van 300 m tot gemalen, sluizen of vispassages.

Ondertekening

De beleidsregel treedt in werking op de dag na publicatie.