Verordening op de heffing en invordering van leges met betrekking tot de dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

Geldend van 01-01-2013 t/m 31-12-2013

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van leges met betrekking tot de dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

vaststelling van een bestemmingsplan: vaststelling van een nieuw bestemmingsplan, herziening of gedeeltelijke aanpassing van een geldend bestemmingsplan.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam “leges“ worden rechten geheven voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of handelingen zijn verricht.

Artikel 4 Vrijstellingen

De in de tarieventabel genoemde leges worden niet geheven voor:

diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening(grondexploitatie) zijn of worden verhaald.

Artikel 5 Tarieven

  • 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde.

  • 2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet.

  • 3. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabelgenoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

  • 4. Indien voorafgaand aan, dan wel volgend op een aanvraag om een omgevingsvergunning afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening inzake grondexploitatie is dan wel wordt toegepast, kunnen geen leges worden geheven voor al die diensten, die zijn opgenomen in de exploitatiebijdrage.

Artikel 6 Wijze van heffing en bekendmaking

  • 1. De leges worden geheven bij wege van schriftelijke kennisgeving, welke kan worden gesteld op het bewuste stuk waarvan de leges worden geheven.

  • 2. Het gevorderde bedrag wordt aan belastingschuldige bekendgemaakt doortoezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving.

Artikel 7 Tijdstip van ontstaan van de belastingschuld en termijnen van betaling

  • 1. De leges zijn verschuldigd bij het aanvragen van een in deze verordening omschreven dienst.

  • 2. De leges dienen voldaan te worden binnen twee weken nadat het verschuldigde bedrag aan belastingplichtige ter kennis is gebracht.

  • 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het tweede lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges voor een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verordening behorende tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.

Artikel 10 Intrekking/inwerkingtreding/citeerartikel

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.

  • 3. Deze verordening wordt aangehaald als Legesverordening omgevingsvergunning 2013

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 22 november 2012.

De Griffier, mr. H.L.G. Seuren en de voorzitter, J.J. van Aartsen

Tarieventabel behorende bij de Legesverordening omgevingsvergunning 2013

Afdeling 1                   Begripsomschrijvingen

Art.

Omschrijving

1.1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

 

 

1.1.1

bouwkosten:

de aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor uitvoering van werken 2012 (UAV 2012), echter inclusief omzetbelasting of voor zover de aannemingssom ontbreekt, een raming van de bouwkosten als bedoeld in het normblad 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is gewijzigd of vervangen waarbij van toepassing is het bepaalde onder 3.2 van dit normblad, inclusief omzetbelasting. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in dit hoofdstuk onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft.

 

1.1.2

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

 

 

1.2

In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

 

 

1.3

In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

 

 

Afdeling 1A                Beoordeling beginseluitspraak

Art.

Omschrijving

1A

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1A.1.

om beoordeling van een beginseluitspraak van de leges zoals deze bij een daadwerkelijke aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo voor dit project zouden worden vastgesteld.

20%

Afdeling 2                Omgevingsvergunning

Art.

Omschrijving

2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in afdeling 2. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

2.1

Bouwactiviteiten

 

2.1.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

3,52%

   

van de bouwkosten van het uit te voeren bouwwerk, berekend over elk geheel bedrag van € 50,00 met een minimum van

€ 110,-

 

en een maximum van

€ 2.500.000,-

2.2

Aanlegactiviteiten

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 196,15

2.3

Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.1:

 

2.3.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo van toepassing is (binnenplanse afwijking)

€ 550,-

2.3.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo van toepassing is (buitenplanse kleine afwijking)

€ 550,-

2.3.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo van toepassing is (buitenplanse afwijking)

1,8%

 

van de bouwkosten als bedoeld in onderdeel 2.1.1 , met een maximum van

€ 8.000,-

2.3.4

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo van toepassing is (tijdelijke afwijking)

€ 550,-

2.3.5

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo van toepassing is (afwijking van exploitatieplan)

€ 550,-

2.4

Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.4.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo van toepassing is (binnenplanse afwijking)

€ 550,-

2.4.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo van toepassing is (buitenplanse kleine afwijking)

€ 550,-

2.4.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo van toepassing is (buitenplanse afwijking)

€ 550,-

2.4.4

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo van toepassing is (tijdelijke afwijking)

€ 550,-

2.4.5

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo van toepassing is (afwijking van exploitatieplan)

€ 550,-

2.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid

 

2.5.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.5.2

in geval van nieuwbouw

€ 540,00

2.5.3

in geval van bestaande bouw

€ 1.821,95

 

vermeerderd met, indien sprake is van < 101 m2 bruto vloeroppervlak 

€ 221,75

 

101 – 500 m2 bruto vloeroppervlak

€ 2,20

 

per m2 bruto vloeroppervlak

 

 

501 – 5.000 m2 bruto vloeroppervlak

€ 1,70

 

per m2 bruto vloeroppervlak plus

€ 262,25

 

> 5.000 m2 bruto vloeroppervlak

€ 8.552,40

2.5.4

voor een aanvraag tot aanpassing van een verleende vergunning als bedoeld in 2.1, eerste lid, onder d van de Wabo

€ 187,45

2.6

Uitweg/inrit

 

2.6.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van artikel 2.12 van de APV een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief:  

€ 234,90

2.7

Kappen

 

2.7.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van artikel 2.87 van de APV een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 34,35

2.8

Omgevingsvergunning in twee fasen

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.8.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in deze afdeling voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;

 

2.8.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in deze afdeling voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

 

Afdeling 3                   Teruggaaf

Art.

Omschrijving

3.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw- of sloopactiviteiten

 

3.1.1

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouwactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.1 en 2.3 intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

 

3.1.1.1

indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van twee weken na het in behandeling nemen ervan:

75%

 

van de op grond van de onderdelen 2.1 en 2.3 verschuldigde leges, met dien verstande dat ten minste het minimumbedrag verschuldigd blijft

 

3.1.1.2

indien de aanvraag wordt ingetrokken na de termijn van twee weken:

50%

 

van de op grond van de onderdelen 2.1 en 2.3.3 verschuldigde leges, met dien verstande dat ten minste het minimumbedrag verschuldigd blijft;

 

3.2

Teruggaaf als gevolg van het niet-ontvankelijk verklaren van een aanvraag omgevingsvergunning voor bouw- of sloopactiviteiten

 

3.2.1

Na het niet-ontvankelijk verklaren of buiten behandeling laten van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project, dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouwactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.1 en 2.3 bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges.

 

3.2.2

De teruggaaf bedraagt:

80%

 

van de op grond van onderdelen 2.1 en 2.3.3 verschuldigde leges, met dien verstande dat ten minste het minimumbedrag verschuldigd blijft.

 

3.3

Teruggaaf als gevolg van het weigeren dan wel ongebruikt laten van een omgevingsvergunning voor bouw- of sloopactiviteiten

 

3.3.1

Na weigering of het ongebruikt laten van een omgevingsvergunning voor een project, dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouwactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.1 en 2.3.3, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges.

 

3.3.2

De teruggaaf bedraagt:

50%

 

van de op grond van onderdelen 2.1 en 2.3.3 verschuldigde leges, met dien verstande dat ten minste het minimumbedrag verschuldigd blijft.

 

3.3.3

Onderdeel 3.3.1 is van overeenkomstige toepassing wanneer artikel 2.21 van de Wabo wordt toegepast ten aanzien van een bouwactiviteit (weigering terzake van één of meer van de aangevraagde activiteiten).

 

3.4

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor in gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid.

 

3.4.1

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor in gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid, als bedoeld in de onderdelen 2.5 intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

 

3.4.1.1

indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van twee weken na het in behandeling nemen ervan:

75%

 

van de op grond van de onderdelen 2.5 verschuldigde leges

 

3.4.1.2

indien de aanvraag wordt ingetrokken na de termijn van twee weken:

50%

 

van de op grond van de onderdelen 2.5 verschuldigde leges

 

3.5

Teruggaaf als gevolg van het niet-ontvankelijk verklaren van een aanvraag omgevingsvergunning voor in gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid

 

3.5.1

Na het niet-ontvankelijk verklaren of buiten behandeling laten van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor in gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid als bedoeld in de onderdelen 2.5, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges.

 

3.5.1.1

De teruggaaf bedraagt:

75%

 

van de op grond van onderdelen 2.5 verschuldigde leges

 

Afdeling 4                   Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

Art.

Omschrijving

4.1

Een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning wordt voor de heffing van leges behandeld als een nieuwe aanvraag, met dien verstande dat enkel de bouwkosten van de te wijzigen aspecten en onderdelen in aanmerking worden genomen. De leges voor de oorspronkelijke vergunning blijven verschuldigd en worden vermeerderd met de leges verschuldigd voor de aanvraag tot wijziging van de omgevingsvergunning.

 

Afdeling 5                   Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

Art.

Omschrijving

5.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening

€ 183,75

Afdeling 6                   Vermindering

Art.

Omschrijving

6.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om beoordeling van een beginselaanvraag als bedoeld in afdeling 1A, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, en tussen de verzending van de beginseluitspraak en de ontvangst van de aanvraag omgevingsvergunning niet meer dan zes maanden zijn verstreken, worden de ter zake van de beoordeling van de beginselaanvraag geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning als bedoeld in afdeling 2.

 

6.2

Indien beginsel uitspraak niet of niet binnen zes maanden gevolgd wordt door een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het project, waarop de beginseluitspraak betrekking heeft, bestaat geen aanspraak op restitutie van de geheven leges.